Toch even voor rust roest

Tijd voor gras,
de vogels die ik al
zo lange tijd niet meer bij naam heb genoemd.
Ronny, de tuinmerel en Suus, de witte duif.
Het grind waar ik voetsporen in kras als ik de verte in droom, geen ree zie en het pad me niet ontwijkt.

Tijd voor het grootste hemellichaam
de schrijfsters die me de anonimiteit willen induwen en
de passanten die de letters terzijde duwen.
Er gebeurt teveel.

Tijd voor
achter slentermensen aan en meedoen
zonder ergernis, de rommel van de rommel
onderscheiden en zien of die matcht bij de
rommel die me rest.

Tijd voor de rest,
nu het werk even verdwaald is,
de thuis van ‘t weekend niet vindt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *