the best poet in the world 02

Ik vertelde hem dat ik zelf wel wat schreef en dat ik het gezelschap van de beste dichter ter wereld op prijs stelde. Dat ik wel even moest nadenken op een onderwerp. Het zou iets moeten zijn waar ik zelf niet overschreef, vond ik. Iets wat ik zelf nooit zag, of beschreef. En daar op die plek, gaf ik me de moeilijkste opdracht ooit. Ontdek je eigen blinde vlek. Mijn ogen gleden over het straatbeeld. Willekeurige dingen die hem vast al honderd keren waren opgelegd. Het leek dat ik hier al langer stond, dan ik in de kunstgalerij had gestaan. De blinde vlek kreeg ik niet ontdekt. Het leek me interessant om zijn eigen verhaal te horen. Wat is persoonlijk voor hem?
Tell me a poem about living on the street.

Hij smeerde een gedicht als een boterham, hij smeerde het spontaan uit. Ritmisch, afgewerkte hoekjes. Zo een boterhammetje dat je moeder smeert als je twaalf bent, te groot voor “stutjes”, groot genoeg om zelf te smeren. Het was vakantie en dit was avontuur. Dit was als een tent in de tuin en een lieve moeder en een verrassing omdat je al zoveel tijd op jezelf hebt gespeeld. Hij bracht het spontaner als het kruin van de podiumdichters dat ik in België ken. Sleepte me mee met woorden en legde het mes neer met een twist. Een pointe. Een glimlach en grandeur alsof hij dit al jaren gebracht had. Alsof het zijn lijflied was.
Ik was onder de indruk. Hoewel ik heel hard mijn best had moeten doen om alles te verstaan. De man deed alles op fluistervolume. Hij had zijn stembanden geforceerd, dat hoorde je zo. Soms vlogen de woorden uit de bocht door auto’s die passeerden en miste je de pareltjes, die haast fluistergewijs over zijn lippen marcheerde. Melodieus, ritme, pauses en eindigend met een binnenkoppertje. De man was een natuurtalent. Probably the best poet in the world. De titel klonk onterecht als een bierreclame. Ik kan ook niet meer herinneren of hij zei ‘the best poet in the world’ of ‘probably the best poet…’.

Hoe doe je dit? Vroeg ik.
Give me first another topic. Fluisterde hij. Com’on. Hij daagde me uit. Zag dat ik luisterde en verrukt was.
Ik dacht aan mijn opa, omdat die eerder die dag in een antwoord in een interview ter sprake kwam.
Vertel me wat over de begrafenis van mijn opa. De dichter hing een verhaal op over al de herinneringen die op de begrafenis langs kwamen, hoe we door het tuintje tsjafelde en ik naar opa opkeek en hij vertelde.

Weet je, jongen,
de wereld is,
is zoals hij is,
en daarom, of dat wil niet zeggen dat,
we er genoegen mee moeten nemen.
Ik ben kwaad geweest op de wereld,
heb zonen en dochters leren lachen, wenen,
ik heb ze teleurgesteld, jongen.

Dat is slechts een klein stukje van wat in het gedicht zat. Natuurlijk een povere vertaling van mijn hand. Een polaroid van woorden van hetgeen er toen daar op die plek gebeurde.

Op momenten hebben we er
het beste van willen maken,
dat is misschien het laatste
wat gebeurt. Dat is
de raad die ik wil geven.

Het bleef even stil. Het leek alsof mijn oom, mijn opa en iedereen naar wie ik opkeek toen ik klein was wat verteld had waar ik, en de rest van de wereld, stil van werd.
Hoe doe je dit? Vroeg ik fluisterend, alsof ik zijn stemvolume niet wou overstijgen. Dat wou ik weten. Er moet toch een systeem achter zitten, een methode. Hij keek even over zijn schouder en boog voorover, klaar om me het grootste geheim van zijn leven te vertellen. IK spitste mijn oren.

(Deel III? Woensdagvoormiddag)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *