Puber, fruit en cursiefje

Ik moet een hoofd als een banaan hebben gehad. Mals, rijpig fruit in een te kleine schil. Eén duwtje en aan de andere kant kwam pus uit. Maar ik stond er wel. Op die plek achter dat muurtje kijkend naar alle meisjes die de speelplaats opliepen. Wachtend op die ene.

Dat ene meisje waarvoor mijn punten verwaterden. Die geconcentreerde blik die ze had in de schoolbank, links achter, en die lach als ik haar afleidde. Die terug weggleed in een moeras van broeierige concentratie.

Hier stond ik dan te wachten, want het kon niet in de klas, het kon niet op de speelplaats. Het kon enkel hier, deze passage, voor het echt school was, waar prille individuën nog kwikdruppels waren voor ze opgezogen werden door de kliekjes, de kwikmassa. De temperatuur steeg toen ik haar vroeg.

Haar hoofd als een kers, haar ogen, donker, glimmend als Reine Victoria. Is dit nu de eerste van het mannelijk soort verdwaald in mijn gaard? Vroeg ze zich af. En ik zou die fruitallegorie verder kunnen dragen, maar elke puber zou er zo over zijn nek van gaan.

Of, tja…, enne, … het leek wel leuk dat, en woorden kwamen niet zo goed. Alsof het een eerste les was in een vreemde taal, een wiskunde-oefening aan een bord waar ik wat diende te bewijzen en ik geen boek had opengeslagen. Ik sloeg wartaal uit en haar “dat moet ik aan mijn ouders vragen”-antwoord was een fruitslag in mijn gezicht. (Sorry pubers.) Ik wou nu een antwoord en die film in dat zaaltje van de school, daar moest ik ook een week opwachten.

En die avond de week erna, die eerste film voor een groot scherm (Look who’s talking) en die eerste hand, echt deze keer, niet de lagere schoolvariant, die eerste blikken, zonder zoenen, want we zaten op een nonnenschool en dat kijken en haar warme vingers en mijn zweet, want meisjeshanden zweetten toen nog niet in mijn wereld en dat zenuwachtig lachen, twee seconden na de grap als zij ook gelachen had en die 36 keer ‘en’ gebruiken in één zin, dat was teveel informatie om te verwerken. Link dat maar eens aan fruit.

We hebben nooit gezoend.
Daar kwamen pratende baby’s van, dachten we toen. Echte vrienden zijn we zelfs nooit geworden. Ik was maar een vreemde, vaak warrige jongen met af en toe een helder moment en leuke grapjes. Ze was voorzichtig. Haar ouders hadden klasse en standing en dat leek wel een virus of ziekte, waardoor je niet gewoon met mensen om kon gaan. Het mocht wat bedeesder en vanop afstand en ze waardeerde me wel. Ergens. Alsof ik een sikh was die goed werk leverde, ofzo.

Mijn hoofd, de eerste deuk, een appel die viel.
De eerste tienercrush voorbij.

Jee Kast

One thought on “Puber, fruit en cursiefje

  1. Jan

    Zeer herkenbaar voor mij Joost.
    Het lijkt precies of ik het hoofdpersonage ben want zo was ik ook in mijn puberjaren, en nog steeds ben ik redelijk ‘klungelachtig’ of bijzonder in mijn omgang met meisjes/vrouwen en mensen in het algemeen.

    Reply

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *