Over zaterdagnacht I.

Ik verscheurde zaterdag een gedicht op het podium. Tot verbijstering van het aanwezig publiek en de jarige. Het was te karamellenverzerig. Te gewoon. Ofzo.
Het was een opdracht en ik dacht, ik ga de ontevredenheid die ik heb, op het podium gebruiken. Ik zei – ondanks dat ik uitgebreid applaus voor het eerste gedicht had gehad, en de tekst op de juiste momenten voor de nodige lachsalvo’s zorgde – dat het beter mocht, of kon, en haalde een nieuw vel uit mijn binnenzak, na de snippers weggestoken te hebben.


Enkele weken ervoor had ik een babbel met de drie beste vriendinnen en een zus van de jarige. Het bezorgde me drie slapeloze nachten om met de vergaarde input (3 bladzijden) wat geschikt te maken. Het resultaat leek te makkelijk. Het ‘imposter’syndroom merkte een vriend op.

Haast 10 dagen tegen de muren op lopen later, stond ik die zaterdag om 6u ‘s ochtends op. Een tweede gedicht ontstond. Universeler, en toch heel persoonlijk. Op maat en voor meerdere mensen herkenbaar.


Dus de twijfel bij de eerste tekst was gegrond.
Ook mezelf steeds weer in vraag stellen is een noodzaak.



NOODZAAK

Als leven vanzelf ging,
was het dit wel
al liep niet alles zoals ik ‘t wilde.

Hebben is geen noodzaak.
Doen met volle overgave 
is de honger die er valt te stillen.
‘t is gelijk oversteken,
op naar het volgende
en niet stil kunnen zitten.

Elk moment is een ticket om verder te kunnen,
een mogelijkheid, even fervent, in het inleven 
als anderen ‘t plezier van die intensiteit te gunnen.

Als leven vanzelf ging,
was het dit wel.
Al was het ook vechten en ondernemen, 
tijd zonder spelen en touwtrekken
met naasten en hun grillen.
Liefde en geven.

Geluk stond wellicht toevallig op de stoep.
Vakantie zal altijd zijn – op momenten –
in armen van iemand die ik lief heb kunnen zweven,
tijd aan elkaar, en niets meer, besteden.
Terwijl er ergens diep van binnen 
“er weer tegen aan” wordt geroepen,
want het stilstaan is vermoeiend.

En tijd gaat vanzelf, 
al kan het leven moeizaam gaan,
ik weet een hoop dingen, 
wel, nog steeds niet voldaan.

Ook word ik er een dagje ouder op.
verwacht ik niet dat ‘t leven vanzelf gaat,
is er een aanval van een tegenploeg,
zorg ik vanuit de verdediging dat die bal wordt weggekopt.

Onderhoud en ondersteuning,
open ruimte en beweging,
Waar ik ook stond in ‘t leven,

gevoel was steeds een drijfveer
en deed ik nooit alsof.

Al liep niet alles zoals ik ‘t wilde.
‘t leven gaat vanzelf,
er is wel dit,
er is nog steeds een hoop en tijd om te willen.


Jee Kast


Leave a Reply

Your email address will not be published.