Opa

by Jee Kast

Door de sigaret op de keukentafel te tikken, klopte hij het tabak steviger in de vloeitje.
Het papier brandde snel, hij zoog en de tabak was gelijk te ruiken toen opa hem uitblies.
Het was een opa-geur. Een geur die bij verdomd hard werken en de industrie hoorde.
Zijn handen roken hout, zijn vingers naar tabak.

Er was een plekje aan de chauffage in de keuken waar we tegen konden zitten als we er waren. We vechten er steeds om, mijn zus en ik. Nou, vechten. Wie eerst was, was tevreden en de andere kon de hort op. Lekker met je rug tegen de haast-hete ribbels. En kijken naar groenten die soep werden. En opa die half gebogen zat en zag dat het goed was.

Laatst zat ik op de fiets en dacht ik aan die kleine doosjes die je in het tankstation kreeg. Een kauwgomdoosje van twee. Twee ‘sjieken’. Doosjes die je kon doorgeven en als je er mee rammelde en je hoorde niks, dan was je beetgenomen.

Opa en zijn geur, in handen en truien en dat mocht, want zo kon je hem herkennen met je ogen dicht en op zondag die scheerzeep en hoe ik me schoor met het uiteinde van een tandenborstel.
En af en toe ruikt er wel een vreemde man naar Marseille en saffen. Net zo zeer als opa.
Ik kijk de straat uit.

Ik rammel met het doosje op de rommelmarkt,
maar er zit geen opa of kaarttruck meer in.

We zaten wel eens op de stoep en keken naar het verkeer.
De auto’s konden onze benen wegmaaien, maar dat deden ze niet. Haast was nog “godverdomme, ga aan de kant, anders doe ik het wel” en nog niet “ik rij je omver”. Er zit haast niemand meer op de stoep. Mensen zitten voor TV, of in de goot. Of beiden, het handige benutten van het laatste geld in een wereld waar we mee moeten zijn. En we gingen wel dood door iets. Die berusting.

Sla een kaart door tafel.
Of we speelden winkeltje en nu fiets ik en vraag ik me af of degene die de winkel in het dorp uitbaat nog steeds, net zo die spanning voelt voor die klant, die doet alsof hij nog nooit fruitela heeft gezien. De man wat verder uit de straat. Toen, toen Pimm’s nog koekjes waren.

Er worden beelden gescheurd. Niemand kan nog die foto’s maken.
We verdwijnen mee. We