Mr. Kawashi – S1 – E01

by Jee Kast

Kawashi 01.

Het joggen in een stad als Brussel kan je best ‘s ochtends doen. Het is een ochtendactivteit. De straten fris en de zon meekijkend over je schouder, belovend dat het een warme dag wordt. De dames in werktenue, ook korter en frivoler geworden sinds de jaren 60 en de meeste mannen nog steeds in pak en das. Dezelfde als pakweg de jaren 30. Wat zegt dat nou over evolutie?
‘s Avonds, wanneer de straten en gebouwen drukkend zijn, de zuurstof uit een organisme knijpend dat loom en uitgeput snakt naar bier en terrasjes tot lang na de zon over de horizon is gekropen, is het onmogelijk te joggen. Hoewel er altijd fanatiekelingen zijn.
Ik ben geen fanatiekeling, denk ik wanneer ik de schoenen vastknoop. Drie rondjes max. Het is weer veel te lang geleden.

Wanneer ik loop, kijk ik rond. De dames met hondjes, de meneertjes met een krant en jogsters die naar zonnecrème ruiken alsof ze bij hun geboorte in een toverdrankketel vol nivea zijn gevallen, de joggers die toch weer wat rechter en steviger gaan lopen als ze de nivea ruiken.
Wat verder arriveert een man aan een kantoor. Hij kijk op zijn horloge en gaat even zijn papieren na. Duidelijk dat hij hier een afspraak heeft. De ochtendzenuwen nog niet de baas en bijna laat hij wat papieren vallen. Er broedt wat in mijn achterhoofd wanneer ik mijn tweede rondje afmaak.
Engels of Frans vraag ik me af.
We zitten in de Europese wijk. Engels, dan maar.
Waneer ik halverwege ben en weer het kantoor zie met de dralende man voor, loop ik recht op hem af. Wat nahijgend vertraag ik mijn draf tot ik pal voor hem sta.
Hij kijkt me aan alsof ik allang niet meer naar Basicfit ben geweest, of zelfs nooit een abonnement heb gehad. One sec, gebaar ik op een universele manier. Universeel als universal, Hollywood. Even rusten mijn handen op mijn kniën terwijl ik op adem kom. Mijn rood aangelopen wallen, het zweet dat over mijn voorhoofd de niagara imiteert en de T-shirt die als een lelieblad over mijn borst drijft.

Ik richt mijn gelaat op en vraag tussen twee ademstoten;
“And, I believe, you are mister…?”
“Henderson. Mister Kawashi?” Hij kijkt me aan alsof hij een Aziat had verwacht.
“Yes, I was adopted, “ grinnik ik. “Hold on.” En ik nies alsof ik een allergie voor improvisatie en fantasie heb gekregen.
“Sorry about that. Welcome.” We schudden handen, niet de hand waarin ik nieste.
“I know, it is a bit early, but walk up to the front desk, mention your name. You can wait in my office. I just run around the back and catch a shower and I am right with you.”
Hij aarzelt.

“ We weren’t on till 9.30.” verklaar ik. “It makes your head clearer, morning runnings.”
Hij knikt als een dertiger die nog niet helemaal mee is in de wereld.
“Do ask for a coffee. I’ll be right up.”
De man, ik denk dat hij een scandinaviër is, knikt dankbaar.
Ineens is hij ook veel geruster. Hij leek erg nerveus daarstraks, het moment dat hij aankwam.
Ik loop de hoek om en rep me naar huis.
Onderweg heb ik een glimlach tot achter mijn oren. Mijn hersenen fluiten interne deuntjes. Ik wou dat ik zijn gezicht zo meteen had kunnen zien als hij de echte man met de naam Kawashi zou zien.

Ha. Eigenlijk zou je in Brussel een waterpistool moet bij hebben om iedereen die een tuinslang heeft en de planten of stoep besproeid te kunnen verschrikken. Maar dan bedenk ik me dat ze dat in het gekkenhuis ook doen.
Een koude douche geven. Hehehe.
Kan ik wel gebruiken.

— — —

Mr. Kawashi is een reeks van verhalen die ik in de paasvakantie vertelde in mijn huiskamertournee. Momenteel werk ik aan een tweede serie, check mijn fb.