Mono no aware

by Jee Kast

Voor de finissage in CCha van Anton Kusters Mono no Aware & Yakuza schreef ik een verhaal over een trip naar Japan. De Finissage werd verzorgd door Jan Swerts, Wouter de Wit, Arnaud de Flem, Judith Clijsters & ik. En Sake, natuurlijk.
Een fijne namiddag it was. Dankjewel aan CCha & iedereen die er was.

— — —

Duiken in Japan

Ook hier
op dit vreemde eiland
ver van het continent is de zon me gevolgd.
De vogels vliegen anders hier. Bij ons fladderen ze,
hier leggen ze kwinkslagen naar de geluiden van de taal.
Of is het net andersom?
Nu ik weer terug ben, is de stilte in de stad anders, net zoals de drukte hier mijn thuis is, is ook de stilte heel eigen. Hoe er hier twijfel inschuilt en ginds verstilling, en het verschil enkel in ons hoofd te vinden is.

De Narita-lijn brengt me uit Tokyo, oostwaarts, waar ik na een nacht in Choshi op een andere hogesnelheidlijn stap. Ik maak bewust een omweg naar mijn bestemming. De ferry naar Mountain Nokogiri gaat dagelijks, maar de travel guide mist bladzijdes die ik zelf wil invullen.

De streek van Chiba met de talrijke kleine dorpjes heeft een moderne geschiedenis sinds dat Japan begin 19de eeuw toegaf om de grenzen open te stellen. Vanop Nokogiri, een natuurpark in een bescheiden toeristenjasje, kijk ik naar waar Tokyo in de verte zou moeten liggen. Het is warm en vochtig. De tempels tussen de kleurende bladeren zijn verrassend alsof ze als mikado na een windstoot kunnen eindigen. De monumenten adembenemend. De kelen worden geschraapt, hoewel schrapen een westers beeld geeft van wat er gebeurt, hier wordt er slijm uit de keelholtes gerocheld. Het schrapen voorbij en ook hier heb ik voor getekend.

Chiba is de perfectuur van duizend bladeren. De herfst valt binnen en je kan met overgave in het park wandelen. Het kost me een halve dag.
Nee;
Ik verbruik een halve dag.
Mijn geest is een kaart uit een kaartspel die vingervlug omgedraaid wordt. Iets ritselt. Het ritselen van de bladeren is hier anders, maar toeristen zullen altijd toeristen zijn. Overal ter wereld zit wel een Truus, Anita of Jennifer om de hoek.

Ik vlucht. Spring op een lijn waarvan ik niet weet waar ze naartoe gaat, waarvan ik de moeite niet heb gedaan de tekens te ontcijferen. Ik kom wel ergens uit. Ik stap over, geef me over aan het reizen. Wil me los weken van de andere eilandbezoekers maar alles lijkt reeds in travel guides te staan. Behalve Anton Kusters dan en hetgeen hij vastgelegd heeft. Ik wil op zoek naar het dagelijkse leven.

De man met honderd vissen in de trein, het oude vrouwtje, dat enkel naar haar duimen kijkt en telt tot wanneer ze afstapt, het Japanse meisje met staartjes dat recht uit een Manga lijkt te wandelen, en dat in meervoud. De werkende mensen die zes uur pendelen naar Tokyo en dankbaar zijn dat dit mag gebeuren. Dat zij werk hebben.

In Tozura stap ik uit. Een klein dorp. Op het eind van het dorp staat een huis, wat op een pension lijkt. Ik stap voorzichtig binnen. Een oude vrouw hoorde de deur en houdt haar hoofd schuin wanneer ze me ziet. Ze knikt, maakt een niet al te diepe buiging om te groeten en om aan te geven dat ze niet zomaar aan mijn voeten ligt. Ze blaft iets naar de achterkamer. Een oude man verschijnt, haast zich voorbij me, zet wat passen terug en buigt overdreven en dieper dan de vrouw. De vrouw blaft nog wat, kijkt haast smalend naar de man. Ze bekijkt me, merkt op dat ik mijn schoenen reeds aan ingang heb uitgedaan. Ze knikt. Ik sta aan de goede kant. Ze zegt iets. Iets in me laat blijken dat ik het niet versta, maar dat ook dat wel oke is.

De oude vrouw staat trots, op leeftijd, met grijs haar en groeven in haar gezicht, die elke negatieve connotatie van rimpels teniet doen. Haar ogen op betrouwbaarheid, maar iets zegt me dat het even strategisch is als een spel Igo. Het Chinese Go.
De man komt weer binnen in zijn kielzog een jonge vrouw. Haar huid porselein, haar ogen onderzoekend. Ik buig. Ze komt tolken. Ze legt de hand op haar borst en zegt Misa. Misa draagt een grijze Yukata met een melkwitte band en begroet me in het Engels. Het lijkt wel Oxford Engels, wat uitzonderlijk is. Hoewel ze ook meteen zegt dat haar woordenschat niet zo groot is.
Ik vraag of er een kamer vrij is en of dit wel een hotel is.
Misa knikt, vertaalt en stelt de vraag aan de oude vrouw.

De oude vrouw kijkt me recht aan en zegt zonder verpinken.
– Yumiko Ōshima Shusaku Endô Yasunari Kawabata Ko Machida Taruho Inagaki Katsushika Hokusai Suseki Natsume Ogai Mori Hiromi Kawakami
– Wat zegt ze?
– Ja.

Vragend kijk ik van de oude vrouw naar Misa aan, en Misa verduidelijkt.
– Er is een kamer is vrij.
– Banana Yoshimoto?

Misa gebaart met haar hand naar de oude dame en verduidelijkt weer.
– Natsuki vraagt of je langer dan één nacht blijft, of je een idee hebt hoelang je blijft en of je al eerder in Japan bent geweest en hoe het komt dat je je schoenen uit deed? Dat je de Japanse gebruiken kent en dat je heel geduldig lijkt als Westerling en waar je die vreemde broek vandaan hebt?

Ik glimlach.
Mag ik nu vertellen dat een tijger niet enkel in de boom ligt om te slapen, maar ook om waar te nemen wat beweegt en dat die stroom van bewegingen een eigen taal heeft. Dat dat hetgeen is waar ik van probeer te genieten als ik elders ben. Dat je door kijken kan leren, en door observatie je makkelijk in dat moment juist kan bewegen.
Ik kies het makkelijke pad en zeg dat ik het allemaal uit manga’s heb.

– Osamu Dazai Kyoka Izumi, Jo sGhy Sen, Riyoko Ikeda?
– Wat?

Vraag ik verbaasd.

– Osamu Dazai Kyoka Izumi, Jo sGhy Sen, Riyoko Ikeda?
Misa pikt in en vertaalt wat de oude vrouw zei.
– Ze vraagt of je uit België komt?
– Hai,
zeg ik.
– TinTin?
– Hai.

Natsuki vertelt uitgelaten.
– Ryoko Yamagishi Moto Hagio Jun’ichirō Tanizaki Yukio Mishima Haruki Murakami Natsume Sōseki.

Voor mij lijkt het wel alsof ze een resum Japanse namen van schrijvers afhaspelt.
De ouwe man grinnikt en wenkt.
Natsuki vertelt enthousiast en wenkt ook. Ik nader en ze neemt me bij de arm, sleurt me haast mee. Hoewel aanraken in Japan een no-go is. In de kamer staat een grote collectie boeken, manga’s, tekenrollen en prenten. Ik
-gasp-.
De kamer ruikt naar boeken.
Naar tekens en verhalende cultuur in een beeldgedrenkte eigenheid.

Ook hier.
Dit
is thuiskomen.
Hier
kan ik blijven.

Jee Kast 2017
Image; Anton Kusters
Anton Kusters - Mono No Aware CCha