Mannen van staal

We waren zonen van liefde, vaders vol verdriet
We zijn mannen van brikken, mannen van spouwen,
de heren van de wind en de adem inhouden.
We zijn constructiekranen, we fluiten in ons hoofd,
als bezeten bouwvakkers, willen we beminnen boven alles,
gaan ten onder aan vrouwen.
We zijn grintmolens, bouwwerven, we zijn
in mierennesten thuis, impulsief op de dool,
spontaan is ook een zwakte, dat heet dan onbesuisd.

We waren kerels van constructie en heren in falen.
Met aanleg voor destructie, eigen aan mijn gender,
De vrijheid die we kennen is in stijgen en dalen,
we wanen ons sterk, roeien gestaag op een galei,
een richting konden we kiezen, nooit meer zijn we vrij.
We binden ons aan koters, en ketenen ons aan vrouwen,
kunnen er haast niet zorgen. We zijn mannen van ruwbouw,
de werf vol zwerfhonden, die kattenbrokken komen stelen.
We zijn mannen van boter, mannen van staal,
kerels van constructie en heren in falen
Manen passeren en tijd heelt alle wonden.
Stoelen en tafels worden gestapeld, steek uw mening er niet onder.

Helden in pantoffels met een sterk verhaal.
Als bluf het enigste is, wat in deze tijd nog kan,
kan ik ook zwijgzaam schouders ophalen
ik ben met minder meer man.

Haal het onderste uit de kan, dat is in kannen en kruiken.
De mooiste vazen waren uitgehaald, om de stukken weer te lijmen,
de potten zijn gebroken. We hadden beter kunnen duimen
dat we altijd bij de pinken waren. Bloemen maken de man.
we hadden beter meegedeeld dat we tulpkes drinken waren.

Er is in toekomst geloofd,
toch lieten we ook oerhoofden hangen,
successen geboekt, op tongen gebeten -er is ook veel gezegd-
boeken neergelegd en wrevel in de rangen.
Empathie voor medestanders. Frustratie weggeborsteld,
bokken geschoten of zelfs bot hebben gevangen.
Uit noodzaak, of als stoer doen onder mannen.
We zijn boeren met akkers, onontgonnen landerij
heren van industrie, verdwaald in nijverheid
vol hardheid in de inborst en alle tegenstrijdigheid.

We zijn mannen van boter, mannen van staal.
We zijn mannen die vertikken, heren die niet meppen,
slaan eigen ruiten in zonder te beseffen.
We zijn geliefden van puurheid, vaten vol verdriet.
Zolders vol herinnering, bescherming is er niet.

(Uit het mindere het betere proberen scheppen,
resultaat voor ogen, maar er geen vat op kunnen hebben.
Voel je thuis onderweg, spoor ons aan om te reizen,
maar we staan nog op de statie.)

De schuilkelders, vol afbreekbare memorabilia,
een waarborg voor betekenis, wanneer ons leven is gedaan.
Probeer het vocht te weren, we huilen als jonge knapen,
slikken weg als heren. We zijn mannen die het niet zien zitten dat ze steeds,
constant, non-stop
paraat moeten staan.
Het problematisch proberen,
ook in’t gestuntel …
zijn we heren.

Jee Kast
(versie 3: Mannen van staal, 2017)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *