kiezel

Het was niet zozeer het lied.
Het was de achtergrond die me brak.

Ik wist waar dit geschoten was. Het muziekclipje met een GSM gemaakt. De tekeningen aan de muren. De foto’s van trots, ik heb er zoveel keer naar gekeken.

Ik ruik de ovenverse cake nog, doe er wat poedersuiker op, de schrale keukenlucht en de gesuikerde zakjescappuccino in een garage die ooit een keukentje was, of was het andersom. Gezelligheid is het moment aanvaarden, met al zijn eigenaardigheedjes. De indische kookboeken, de dame jeannes met pruttelende cider, de herfst in het huis en de lente erbuiten.
De drang om met noten de wereld op te zoeken.
Maar eerst huiswerk maken. Repeteren en herbeginnen. Meestal eindigden we de dag op die plek aan dat keukentafeltje met een rubberen tafellaken, zo eentje dat onder het stoffe schuil zat. Hij had zijn bezigheden, de seizoenen die estafetten met hem, de tuin, de cider en de folk speelden.
Nog wat heet water?

We moesten op tijd beginnen, op tijd er zijn en als alles gedaan was, kwam het niet zo nauw. We begonnen sokvoets op een tapijtje in een zijkamer en keken naar hoe we elkaar konden treffen. Hij soms Willem Tell, ik jongen met de appel. Ik jongen met woorden, hij man met noten. Maar laat me eerst dat midi-file’ke opzoeken.
Er kwam piano bij en hoe we dat konden lijmen, want handig was hij wel, en mondig, maar als we speelden, was hij stil, zocht hij achtergrond op. Waren het de noten, de muziek, de bijklanken en mijnklanken, mijn woorden. Dromen die uitkwamen en alles wat ik niet wist, zoals Steve Lacey en de beat poets kwamen naar boven en nog steeds heb ik te weinig op gestoken.

We kenden elkaars verhalen. Een duizendtal lege platenhoezen en een kast zonder jenever. Op den duur lijkt alles een beetje Jack Kerouack, gemiste kansen en fouten die je meedraagt. Het zijn verhalen onderweg. Hij dondert van een podium af en nog steeds zie ik hem lachen. Het blijven anekdotes, zonder poeha, -schaterlachske- zonder sensationeel te willen zijn, met verhalen die ook verveling en machteloosheid uitstralen. Trots op waar hij niet bij kon zijn, enthousiast als hij weer wat te horen kreeg van iemand die wat vertellen kon over.
-Hij was er altijd bij, niemand die dat wist.-

Er is zoveel niet gezegd in die jaren. Hoeveel humoradio’s er ook nog verschijnen, sommige verhalen vind je nergens. Zolders die leeggehaald zijn. Nergens vind je wat terug, behalve een achtergrond, in een filmke, met een slechte beeldkwaliteit en een krop in de keel. Een kiezelsteentje haalt soms alles weer.

Hij soms de man met de appels, ik soms Willem Tell,
Stuntelig, en ik weet dat ik mis.

Jee Kast

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *