De gelijkenen S01 e05: de vinger

V. De vinger

We kozen iemand om meerdere te zijn tussen de gelijken, zodat wanneer er wat mis ging, we een vinger konden wijzen. Wij wisten niet wat er gebeurde allemaal, maar als we te weten kwamen wat de anderen niet wisten wat er gebeurde. Dan konden we een vinger wijzen, hem uitsteken of de hoogte insteken.

We waren als fruitvliegjes vlogen door de gigantische spinnenwebben, maar zodra we een rag raakten, hadden we het vlaggen, je botste van de ene regelgeving in de andere, je stuitte, je viel en plakte. Tot je weer gelijk was.

Er waren meerderen nodig, dat geloofden we, of dat hadden we zo bedacht. Toch waren we gelijk en in onze stad had je dus tussen al die gelijken meerderen. Natuurlijk hadden de meerderen ook werkkrachten nodig, dus die werden logischerwijs ook meerderen.
Allemaal meerderen die gelijk waren?
Allemaal meerdere die gelijk waren.

Ze werkten wel hard en hadden verantwoordelijkheden. Dus ze kregen meer.
Logisch toch?
Logisch. En als er wat fout ging?
Dan zou de meerdere aan de deur worden gezet of zichzelf aan de deur zetten. Als het er meer waren, zouden het ook meerdere deuren zijn om aangezet te worden. Dat is wat meerdere van gelijken zouden doen.
Aha?
Ja.

En als de gelijken niet te horen kregen wat er mis ging?
Bedoel je omdat ze het niet wisten?
Ja, dan konden ze niet naar de meerderen wijzen, toch?
Ja, logisch toch.
Inderdaad, logisch.
Dus de meerdere zouden dat wel willen vermijden.
Vast wel. logisch toch.
Inderdaad, logisch,
maar die gelijkenen, als er niks was om naar te wijzen,
wezen ze dan naar henzelf?

Jee Kast 2011

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *