65 jaar later, CC Casino

by Jee Kast

Het feestjaar om 65 jaar Casino in Beringen in te zetten is afgetrapt. Hiervoor maakte ik twee teksten. Eentje post ik al, de andere daar hoop ik nog op een ander moment mee uit te pakken.

65 jaar later, CC Casino

Nu Esther 87 is en haar stem kraakt.
Ja, ja, knikt ze zonder wat te vertellen.

Ze heeft alles al verteld.
Het is de herinnering eraan die haar hoofd mee doet golven.
Ik begrijp het getij. Las enerzijds over de industriële impact van steenkool, anderzijds de aankomst van de fostmannen, de mengelmoes van klein mannen in de school.
“joenkskes & maskes” gescheiden. Het delven van’t zwarte goud en aanzwellen van de economie tegenover het noeste werken, de ontspanning, het vormen van een meer-cultureel cité-gevoel.

De secretaresse die Esther was en de ingenieur
die haar naar ‘t Casino meegenomen had, voor wat vermaak,
terwijl de kompels op de hoek van de straat, in het café aan de tap,
de dorst wegslurpten, waar ge de schotelkes voor de vijf frank klaar staan had
en de pinten op de toog te wachten stonden.

Terwijl in de diepte in ploegen een toekomst opgegraven werd,
de eerste burger van het land, de mijnwerker, op wiens rug we indertijd de staatskas hadden gespijsd, die kleine man, die vele handen die onzer economie hebben gered.

Er toch na verloop van tijd naar andere vormen uitgekeken werd,
de samenleving inzetbaar, energie aanpasbaar en de vervuiling uitsterft.
We opgeven wat was…

Dit verleden. Hier. Dit verleden.
Ze heeft alles al verteld, het aantal gratis kilo steenkool per gezin maandelijks aan ‘r overste gemeld,
de cultuur die ze opsnoof en de grollen en grappen aan moeder per telefoon doorverteld,
de draaischijf werden toets en scherm en de jurken van haar dochter versteld,
‘t Casino, het iconisch en weelderig gebouw, dat een stukje van haar verleden huisvest.

En nu dat het feestjaar aanbreekt,
ze een lippenstiftje als een stille glimlach over haar lippen uitsmeert,
haalt ze genoegzaam haar schouder op. “ik was er bij,” mompelen haar lippen.
Ze kan zo de bridgeplekken, of het balkon -van waarop ze de Dire Straits zag- aanstippen.
De plek waar ze stond, als de ploegen werden gewisseld, naar trein en kroost toe gingen,
de liefde voor deze plek die je in meer talen kon bezingen, dan voor mogelijk werd gehouden.

Het leven dat hier naar leven zoeken was en samen opbouwen,
het uitzicht op het kioskplein als ze de nieuwe’ de weg gewezen had,
ze samen even aan het raam van de hotelkamers van ‘t Casino zat.
“Dit wordt je thuis, zoals het de mijne is.”
de koolputters, het vinden van hun plekje, de schachttorens, de tris,

Ze kan nog de hoek wijzen waar ze kopje onder ging,
toen ze als bengel in de bouwput van het Casino zwom,
Ze weet zo nog, de ‘komraderie’ tussen de mannen,
wat zou ze zo graag, zo nog één dagje,
een reisje naar het verleden,
maar de tijd, die draai je niet meer om.

Jee Kast
— —- —
Like me on FB