Welkom

Inderdaad.
Dit is een site. Ja.
Komt u maar verder.



Hieronder post ik haast elke zondag wat. Een nieuw gedicht, een kladversie of tekst, een audio-file of een nieuwsblog of” a little something-something of the spur of the moment”.



Bovenaan in de zwarte balk vindt u categoriën die uitleggen over het wie en wat ik allemaal doe.
Welkom in mijn wereld.

De andere wereld openingszinnen ed. vindt u hier

Mediablog, Poetry Blogging

alcohol

0 Comments 25 January 2012

Speciaal voor gedichtendag een filmpje van een vde laatste optredens op Straattheater vd smaak na het world creativity forum, te hasselt.

Jee Kast & the Boys
Guitar&zang Marco Miraculous Cirone, Sax Igor Amazing Masaroli, Texts: Jee Kast
Film/geluid Bert Corsius.Klik dus hier, hier of hier.

De teksten zijn… nouja, dat hoor je wel.
Het was toen die nacht de koudste nacht van het jaar, zo leek het wel.
Dus vergeef me de wolkjes voor een keer. Het zal nooit meer gebeuren.

Thanxelot en een geweldig taalcreatieve gedichtendag.

PS. De teksten vd nummers zijn speciaal voor de gelegenheid geschreven.

Mediablog

Schwung in square 02

1 Comment 23 January 2012

Dear friends,

I gladly invite you to my exposition “the Schwung in square” from 2th of february until the 29th Feb.
The 2th is also a vernissage from 19.00 onwards. Hop in. The style is square, absorbing old film posters, ad campaigns, story covers and much more… The square animals invaded my life and soon it will be in yours too.

Photobucket

Welkom van 2 FEB tem.29 Februari in Brussel op mijn tweede solo-expositievernissage. De stijl is vierkant, rechte lijnen omkaderen vaak geweldige creaties, nu zijn de , hoekige dieren waar -eh- andere tekenaars een puntje aan kunnen zuigen. Welkom in mijn wereld.

Location/waar? LE FONOGRAF art café
rue de la violette, violetstraat 32,
(vlak ih centrum)
walking distance from Brussels-central station

Photobucket

Poetry Blogging

Lucht voor mij

1 Comment 15 January 2012

Lucht voor mij

I.

De wolkenkrabber
kleurde de stad wat grijzer.
Als er protest door de straten marcheerde
had hij steevast een alibi,
met zijn buik vol,
met zakenlui.

II.

Flou als pastel
brachten de mensen betekenis
in de stad gevuld met gevels
maar harder kleuren
kon allang niet meer.

III.

De lucht voor mij
het gekrioel beneden me;
de mensen roepen
hetgeen ze scanderen
deert me niet.

Zolang vogels op
mijn dak zitten
omdat er te weinig takken zijn,
torent twijfel over mijn gerechtvaardigd bestaan
boven de stad uit.

Jee Kast 2011
— — —
Dit gedicht is geslecteerd door de jury van DichtSlamRap 2012 en wordt gepubliceerd in de te verschijnen bundel te Boxtel, Nederland. Publicatiedatum 26 januari 2012, diverse auteurs.

Mediablog, Poetry Blogging

Leg me.

0 Comments 08 January 2012

I.
Waar jongens als wankele veulens werden beschreven,
door jonkvrouwen in brieven aan niemand,
bracht niemand hetgeen ze zocht,
noch het veulen, noch de jongen, noch de brief
kreeg grip, noch begrip van de jonkvrouw in het bijzonder.

De puzzel van de blokkendoos
toont een meisje wonend in de baard van een weifelende man.
of het kan ook uit een ander beeld zijn, dit is niet de puzzel
waar zij in thuishoort. Het meisje duwt,
maar de blokken blijven liggen.

II.
Het hoeft niet meer.
Pogingen van jonge, rechtkrabbelende paarden
beantwoord met mistroostige blikken van de jonkvrouw, zo herinnert zij zichzelf.
Ongenoegzaam en onzekerder naargelang de tijd die verder schaatst.

Ze is het vastberaden meisje in de baard van een verdronken persoon,
vredig? Nee, eerder met een blok beton aan de voeten in de Hudson geworpen.
zag ik op de blokkendoos. Het meisje duwt
de baardharen opzij, als lentetakken van mooi volgroeide loofbomen
om even te kunnen piepen, kijkt vol ongeloof
naar de mannen verdreven naar de diepte.

Er staan andere tekeningen op onder- en zijkanten,
doch deze is het mooist, een samengesteld beeld.

III.
Waar jongens die zeker niet in een dagboek thuishoorden,
als onleesbare namen onder kribbels vertrappeld werden,
Zo hoeft het verleden niet herhaald te worden.

Ze is het meisje in mijn baard,
hangt verborgen als apenstammen
(maar kreten hoor je wel),

af en toe
in de nacht duikt ze op,
met glinsterende oogjes.

Ik heb kruimels achter slot en grendel gezet
opdat die haar niet meer lastig zouden vallen.
Het irriteert (haar ook)
en
nog steeds ben ik bang
dat er eentje ontsnapt.


Jee Kast 2012
Nav. Nadine Ancher’s gedicht ‘Grip’ in de te verschijnen bundel DichtSlamRap 2012

hogeropdracht

Kate e01-e02

0 Comments 25 December 2011

Het vervolg staat in eerder geposte blog (kwestie van de chronologie vh lezen niet te verstoren voor nieuwe bezoekers…)
Deel3 v 4: Kate e03
Deel4 v 4: kate e04 hier


Kate deel 1 &2

***
“Wil je nog een cola?”
”Nee, ik heb genoeg voor vandaag.”

***

Deze stad bevat het uitschot van de wereld.
Voel het leven, de dynamiek. Er dwarrelt een ongenoegen door de straten, langs de stoepranden, over de nokken van de daken. Liefde is een oproep op een afbrokkelende muur geworden, een halfverdwenen krabbel. Respect is op een krant naast de deur gelegd die met het oud papier verdwenen is. Mensen willen feesten. Mensen willen vergeten. Vergeten dat ze werken en ze werken om … om te kunnen feesten om te vergeten dat ze werken. In die stoepgootjes waar ontevredenheid langs dwarrelt, ligt iets wat ooit op mensen geleken heeft. Jong of oud, uitgespuwd door of bewust weggelopen van. De aangespoelde zooi en het schuim van de mensenzee, het wrakhout dat op een godverlaten strand achterblijft als de zee wegebt.
“We moeten die mensen helpen,” dacht Johnson wel eens. Johnson was junior CEO van Mildred International. Nu probeerde hij er niet aan te denken. Het was zaterdagavond. Het centrum was synthetisch gekleurd. Iedereen liep er opgekleed bij.Toch vielen de strandjutters en de ellende Johnson ook op. Je zag het langs de weg, wrakstukken die aan de oppervlakte verschenen in een kolkende zee. Het was een domper op de feestvreugde. Johnson was met drie dames op stap. Een ervan aan zijn arm. De twee anderen tikten op hakken achter hun aan. Kate, Leonie en Isabelle. Met oorbellen waar menig zwerver een feestmaal voor zou kunnen krijgen, voor de rest van de maand. Met rokken, kort, even beperkt als hun vrijgevigheid. Hun ringen maakten van hun handen de handen van een sultan. Wenkbrauwen zo verfijnd dat een mierenneuker er niks meer aan vond. Johnson was een evenbeeld van Danny Kaye. Een jonge, slanke god met rosse krullen met een intelligent en verzorgd voorkomen. Op bepaalde momenten kwam hij zo zelfzeker over dat het leek, alsof hij elk moment kon beginnen zingen. Een blik die zowel vastberadenheid, als leergierigheid liet zien, zonder dat hij arrogant overkwam. Het was een weloverwogen mix die er voor zorgde dat wat hij ook zei of deed, hij steeds sympathiek overkwam. De dame aan zijn arm, Kate, was zonder meer de mooiste van de drie. Zoals het cliché wil, niet bijster intelligent, maar wel handig. Sociaal, vlot en ergens kon ze goed inschatten wat mensen wilden.
“Niet zo piekeren, schat” zei ze en ze kneep in Johnson’s arm. Ze wreef even over zijn mouw en keek hem aan.
“Carpe diem, honey.” Een zoete glimlach en een stoute knipoog volgde. De twee meiden achteraan schaterden. Tiktak-tiktak deden hun hakken. Johnson keek even om. Leonie en Isabelle lachten met zelfgemaakte grappen, vast over de mensen die hen voorbij liepen. Ze konden best gemeen zijn.
“Waar gaan we naar toe?” vroeg Kate. Johnson haalde zijn schouders op.
“Jij weet vast wel wat.” Hij glimlachte uitdagend. Kate knikte en trok aan zijn arm. Kate stuurde het schip richting zuid. Ze hadden bekijks, maar Kate en Johnson letten er niet echt op. De mensen die voorbij liepen, hadden vast ook wel een gedacht over het viertal, dacht Johnson. Ze dachten vast; wat een slungel, of hoe komt die weer aan die grieten. Johnson zag hoe Kate genoot van de jaloerse blikken van dames, de warme blikken van heren en de uitdagende blikken van jonkies. Johnson’s blik surfte langs alles heen. Hij keek naar de mensen die passeerden, de gebouwen, de etalages en de schaduwlabyrinten in de steegjes.
“Wacht even.”
Leonie was ergens ingetrapt. Of ze vroeg om aandacht, dat mocht ook. Ze wankelde even op de stoeprand, sukkelde met haar zool tegen het randje. Zwervers keken toe, aasgieren die hoopten op een aalmoes. Schuim dat wachtte op het strand tot de zee hun weer meesleurde, de diepte in. Of was het andersom?
In portieken hielden handen zich klaar. Een kans op een prooi. Johnson lette niet op. Hij staarde naar de auto’s die passeerden en hoorde amper wat Kate zei. Kate kneep een tweede keer in zijn arm, nu wat harder dan eerst.
“Johnson?” Johnson keek op. “We moeten gaan,” fluisterde ze zacht. Nu voelde hij het ook. Hoe vanuit de portieken meerdere ogen naar hem keken. Hij voelde hoe het groepje met dames aandacht zoog. Kwetsbaar als een gevallen gazelle. De rest van de kudde liet hun groepje links liggen. De coyotes kwamen dichterbij. Passanten die onderweg waren naar de volgende kroeg letten al lang niet meer op Kate’s groepje. Ogen uit de duisternis. Johnson wreef de denkbeeldige zweetdruppels van zijn voorhoofd.
“ Kate, “ zei hij. “We moeten hier… we moeten gaan.”
“Leonie?”
Leonie stond nog steeds te sukkelen met haar schoen. De moedigste der jakhalsen schoot naar voren, ogen die elke beweging opnamen. Zijn hand schoot naar voren.
“M’nheer, u heeft vast wel een kleinigheidje.” Johnson wou wat zeggen, maar hij was gefascineerd door de groene ogen die hem schichtig aankeken. Er roerde iets in het duister. Er bewogen schimmen. De roede begon zich te vormen. “Leonie.” Probeerde Kate, maar haar stemvolume stond op nul.

***

Johnson ademde enkele keren diep in en uit.
Ze waren er weggeraakt en stonden nu binnen. Midden in een trendy café. Kate keek bezorgd naar Johnson.
“Hey, gaat het? Wat wil jij drinken?”
“Iets straf. Een vodka.” Hij sloeg zijn ogen neer. “zonder martini, ik ben maar een halve Bond, weet je.”
“Hey.” Kate sloeg haar arm om hem heen. “We zijn er weggeraakt.”
“Hmm.” Johnson nam even de situatie op. Kate’s jasje was gescheurd. Isabelle’s haar zat in de war en Leonie was haar schoen verloren.
“Dit had nooit mogen gebeuren. Dit kan niet meer gebeuren. Nu toch niet. In onze samenleving?” Een mix van woede en teleurstelling kwam naar boven. Johnson had de held willen zijn, maar dit was duidelijk niet aan hem besteed.
“Hoe kun je zo kalm blijven?” vroeg hij aan kate, zijn handen trilden oncontroleerbaar. Hij wist zichzelf ook geen houding te geven.
“Vanbinnen beef ik ook helemaal,” Kate nam Johnson’s hand en legde die op haar boezem. Normaal had het hem wat gedaan, maar nu stond zijn hoofd er niet naar. Ze wreef door zijn haar en legde haar wang even tegen de zijne. Haar lippen bewogen zachtjes, legden woorden te slapen in zijn oor.
“Hey, laat me nu niet in de steek. Ik heb nodig dat je sterk bent. Bond of niet.”
Johnson probeerde te glimlachen en knikte. Kate liet hem los en zag hoe hij tegen de tranen vocht. Je hebt gelijk, dacht hij. Hij keek naar de twee andere dames. Leonie en Isabel, zaten wat desolaat en verwilderd tegenover hem. Kate volgde zijn blik.
“Ga jij anders even drankjes halen, dan praat ik met de meiden.” Johnson knikte en vermande zich. Hij nam de bestelling op en liep naar de toog. Hier was hij nog nooit geweest. De mannen aan de toog drumden bijeen. Voor bier, dacht hij eerst, maar zodra hij aan de toog stond, begreep hij het. Ze keken naar één ding. De barmeid. Dit was zowat de snelste barmeid die Johnson gezien had, èn die meid mocht er zijn. Johnson zag haar handen voorbij schieten, keek naar haar heupen als ze een fles op de bovenste schap nam, de weloverwogen passen om iets uit de linkse, rechtse of onderste koelkast te halen. Hij zag de vegen op haar schort die schematisch een choreografie van haar bewegingen weergaf. Niet dat de andere mannen daar naar keken, die keken alleen naar haar gevulde tanktop. Ze stopte voor Johnson. Johnson knipperde met zijn ogen. Heel het café baadde even in slowmotion. Show gedaan.
“Voor u, mijnheer?” Het doek viel, applaus. Ze glimlachte. Ze wist blijkbaar wat voor effect ze had als er een toog tussen haar en de mannen stond.
“Twee rode wijn, een vodka en een mochito,” kwam eruit. Hij moest er wanhopig en gehavend uitzien. Johnson klemde zich vast aan de toog. De wereld leek even hem uit het café te willen schudden. Overmand door emoties. Hij wankelde. Focus, dacht Johnson.
“Ijs?” Hij staarde haar even niet begrijpend aan.
“De eerste niet.” Een zelfzeker lachje trotseerde even zijn gelatenheid. De barmeid beloonde met een knipoog.
“Komt eraan.” Ze snelde weg. Daar stond hij dan, net als al de andere kerels aan de toog. Hij keek hoe de barmeid eerst nog de vorige bestelling maakte. Ze rekende af, begon Johnson’s bestelling, terwijl ze gelijkertijd een andere opnam. Tussendoor schoof ze nog snel een vodka zonder ijs op hem af. Een ankerpunt in zijn storm. Hij sloeg het achterover. Vlak erna werden de drankjes voor zijn neus gezet. Hij betaalde en wurmde zich zeeziek van emoties door het manvolk dat haast dwangmatig dicht bij de toog wilde staan. De dames keken op. Leonie en Isabelle lachten mat. Johnson zette zich naast Kate. Een zwerver dook op naast het raam van het café. Hoewel de zwartgetinte caféruit alleen de mogelijkheid gaf om naar buiten te kijken, kromp Johnson in elkaar. Een halve vodka werd binnengekapt. Hij verontschuldigde zich, toastte met de dames en wierp de rest naar binnen. Kate streelde zijn nek, suste hem zonder woorden te gebruiken en keek hem liefdevol aan. Johnson stond weer recht.
“Nog iemand iets te drinken?” Vrolijk klonk het niet echt, maar het was een poging waard. Hij grinnikte, Kate schudde het hoofd en Johnson verdween weer richting toog zonder op de andere meiden te letten. Het werd niet laat die nacht. De sfeer zat er niet in. Een uurtje later hield Kate een taxi tegen waar ze de meiden induwden en maande de chauffeur even te wachten. Ze riep een tweede taxi voor Johnson. Hij hield zich staande aan het portier en keek hoe Kate weer naar de eerste taxi liep. Bezorgd keek ze nog even op.
“Je gaat toch naar huis!?” Johnson haalde zijn schouders op, maar knikte gedwee toen hij zag hoe ze keek. Hij stapte in de tweede taxi.

***

Wat doe ik hier, vroeg Johnson aan niemand in het bijzonder. Er zaten mensen op de trappen, vuile handen, hier en daar lag een bierblikje. Groezelige vingers bedelden voor een saf.
“Sorry, ik rook niet” Een schatterlach vol rotte tanden. De kerel draaide zich om en zette zich bij de rest op de trap. Een hoopje zwervers zat bij elkaar. Een kerel met een capuchon over zijn gezicht speelde met Leonie’s schoen. Groene ogen flikkerden even vanonder de kap vandaan. “Die kerel,” dacht Johnson. Plots zag Johnson een been. Een been te mooi om bij die zwervers te passen. Het been zou van Kate kunnen zijn. Johnson stond op, liep er naartoe, maar leek niet dichterbij te komen. Hij schreeuwde. Ledematen belemmerden hem. Vuile handen klauwden naar zijn gezicht, probeerden zijn blik af te wenden. Kijk niet, zeiden ze, Kijk niet, maar hij wou kijken.“Kate,” schreeuwde hij.

Hij schoot recht en de schreeuw bleef even hangen. De kamer was leeg. Een droom, realiseerde hij. Een stomme droom. Zijn hoofd plofte neer op het kussen. Even probeerde hij nog de logica uit de droom te vissen, maar hoe meer hij over de droom nadacht, hoe meer die hem ontglipte. Johnson draaide op zijn zij. Het was 3u45 en voor hij er erg in had, omarmde dromenland hem weer.

***

Zondagochtend, 11u. Er bestaat een verschil tussen een ontbijt van 6 euro en en ontbijt van 35 euro. Johnson at het laatste en liet het hem smaken. Fris en monter. De wansmaak van de nachtmerries weggewassen, gladgeschoren en klaar om zijn zacht gekookt eitje te verorberen. “We moeten die mensen helpen,” dacht hij nogmaals. “Maar hoe?”
De penthouse waar hij in zat, gaf uit op de stad. Mary, de meid, schonk hem wat koffie bij. De stad beneden ontwaakte. Een luie zondagmiddag, het voorval was onder het perzisch tapijt geschoven. Een grijsbauwe lucht, Johnson staarde even naar buiten, knoopte zijn vest dicht en las de krant. De late namiddag, de ontbijttafel stond er nog, maar Mary werd geëxcuseerd voor de rest van de dag. Johnson verhuisde naar de zetel. Na wat stukken van films te hebben bekeken, belde hij Kate.
“Gaan we wat wandelen in het park?” Niet veel later, nam hij zijn jas. De lift suisde naar beneden. De wereld stond open.

***

Kate was directieassistente van een zakenrelatie van Johnson. Een of andere hoge ome waar Johnson regelmatig voor bemiddelde. Als junior CEO van Mildred International had Johnson al heel wat bereikt. Hij had belangrijke klanten weten aan te reiken, maar nu was het tijd om ook met een persoonlijk project uit te pakken. Het bleef aan Johnson knagen; wat kon hij aan de zwervers doen? Sommigen hadden bewust ervoor gekozen om zo te leven. Er zaten natuurlijk mensen bij met onnoemelijk veel tegenslag. Of mensen die gokverslavingen hadden met een nine-to-five, maar op het einde van de maand geen geld meer hadden om te eten. Er zaten drugsverslaafden bij, of mensen die niet meer bij het OCMW terecht konden. Er waren mensen bij die de wereld verleerd hadden. “Kijk door de ogen van je doelgroep,” benadrukte zijn docent Marketing altijd, maar dit was een puzzel. Je had rijke en arme mensen, de stukjes pasten niet. Dagen liep Johnson rond met marketingboeken van Kotler in de hand. Hoe kan ik ze helpen, reisde als een horzel door zijn hoofd.

***

“Praat hij soms over … die ene avond?” vroeg Isabelle. Kate schudde haar hoofd. Ze stonden in de keuken. Het huis van Kate zag er heel wat anders uit als dat van Johnson. Kate had ook maar een bescheiden inkomen in vergelijking met Johnson.
“Ik heb hem zelfs niet meer gehoord. We zijn gaan wandelen de dag erna. Maar daarna heb ik niets meer gehoord.”
“De rotzak,” flapte Isabelle eruit.
“Ja. Nee,… als ik bel, neemt hij niet op, en als hij opneemt, dan heeft hij het druk. Hij is met een of ander groot project bezig. Het gaat de wereld veranderen, zegt hij.” Kate lachte schamper. “Alsof dit nog kan gebeuren…” Ze dronk een slok. en keek naar haar koffie alsof die iets interessant ging melden. Isabelle zag wel dat Kate verliefd was, maar wat moest ze zeggen? Dat alle mannen klootzakken waren?
“We hebben gezoend.”
“Kijk,” zei Isabelle, “nu wordt het interessant…”

Jee Kast 2011
Lees het vervolg hier : Kate e03
(laatste deel): kate e04 klik hier

Mediablog

Nieuws…

0 Comments 23 December 2011

+ Kate deel 3 van vier staat online

+ Nieuwe prints zijn gemaakt van werk dat ik heb gemaakt.

Enerzijds zoek ik plekken waar ik deze zou kunnen exposeren in 2012, anderzijds mochten er mensen geïnteresseerd zijn, hit me up (contactformuliertje).
De werken zijn qua grootte A3′s (42op 60) & A2′s (60 op 82 cm). Werk uit 2010 vind je hier

alvast een prettige kerst

Poetry Blogging

Kate e03

0 Comments 21 December 2011

***
Johnson was Kate niet vergeten. Hij had enkel zijn prioriteiten verlegd. Enkele weken na het voorval, had hij een sweater van de tuinman geleend. Het klinkt misschien wel belachelijk, maar Johnson had, ook al had hij een penthouse, een tuinman. Hij had een grote serre en een aangelegde tuin op zijn dakterras. De sweater vond hij in de vuile was, de tuinman had er de dakgoot nog mee leeggehaald en de laatste zware bloempotten mee naar binnengesleept. Zwarte vlekken en een scheur. De ogen van de doelgroep? Het best kon hij gewoon enkele dagen op straat leven toch? Dus woensdagochtend belde hij naar het kantoor met de mededeling dat hij niet voor maandag weer present was.

Zaterdagochtend, Johnson zette zich op het borduur van de McDonalds. De sweater aan, een vuile jeans, versleten sneakers en een baard van drie dagen. Hij zat er nog maar vijf minuten, maar het leek alsof hij er de ganse dag zat. De kou beet in vingers en hoewel hij niet bedelde, keken de mensen op hem neer.
“Humanitaire hulp heeft ergens tekort gedaan. Socio-cultureel werk kan de economische sector niet bijbenen, de hulpmiddelen raken op.” Een oud dametje stopte voor Johnson. Hij veegde nerveus door zijn gezicht. Wat moet ik doen, dacht hij. Ze opende haar portemonnee en stak hem 5 euro toe. Ze knikte goedstemmend. “Neem nou maar.”
“Hmm,” dacht Johnson. Dat was zijn plan toch? Moest hij nu zomaar geld aannemen? Ze had duidelijk minder geld dan… hij nam het geld aan om geen argwaan op te wekken
“Er is nog steeds kapitaal nodig.” dacht Johnson, “Toch lijken veel van die campagnes nog steeds die enkele ‘geitenwollensokken’ aan te willen spreken en zelfs die mensen moeten gewenning ondergaan. Sommige organisaties namen wel agressievere strategiën aan, maar dit was geen oplossing. Greenpeace of Oxfam waren zuignappen geworden, of weekdieren die hardnekkig de beweging van de golven negeerden.”
“Een journalist op zoek naar een kerstverhaal?” Johnson keek op. Voor hem stond een oude man in een blauwe regenjack.
“Ik haal de nepzwervers er zo uit. Hihhihi. Jou heb ik nog nooit gezien. Wat doe jij op m’n plekkie?” Johnson voelde zich betrapt.
“Eh, ja. Sorry. Nee, ik…” De oude man gniffelde.
“Hier, vijf euro.” De oude man nam de vijf euro en bleef Johnson’s hand vasthouden.
“Er staat iets te gebeuren,” zei de oude man. Hij keek doordringend in Johnson’s ogen “Het einde van de wereld, zoals we hem kennen, is nabij.”
“Ja,” bevestigde Johnson onzeker. Ik denk het ook.”

***
Een zwerver zit op de stoep met haast nieuwe sportschoenen. Een anorak met wat vegen en een berenkap. Een afgesleten jeans. Een plasticzakje ligt aan zijn voeten, met scheuren en rattenbeten. De mond van de zwerver prevelt haast onhoorbaar. “Ik heb een idee, ik heb een gebed, maar niemand wil het horen.”

Die man ben ik, realiseert Johnson in zijn droom.

***
“Luister,” begon Johnson. Hij stond voor de raad van bestuur. Het was dinsdagochtend, alle werkpunten van het bedrijf waren gisteren al op de maandagochtendvergadering besproken, op één punt na, en Johnson was er klaar voor.
“Ik heb jullie samengeroepen omdat ik het volgende wil voorstellen.” De raad van bestuur aanhoorde zijn plan. Het was een uiteenzetting die begon met het ontstaan van sociale structuren, de geschiedenis van steden en die eindigde met het stelsel van de huidige zorgmaatschappij en zijn verschoppelingen.
“Die verschoppelingen,” zei Johnson, “die kunnen voor betekenis van ons zijn, ook al hebben ze geen geld.”
Dat was de laatste zin. Stilte. Johnson keek van de raad van bestuur naar zijn chartboard en terug. Had hij alles gezegd? Was alles duidelijk? Iemand schuifelde ongemakkelijk met zijn stoel. De raad van bestuur wist even niet hoe ze moesten reageren. Iemand kuchte.
“Dit is nog nooit gedaan.” Probeerde een van de bestuurders voorzichtig.
“Je hebt gelijk. Over het algemeen zijn de humanitaire reclamcampagnes verouderd. Campagnes van het rode kruis, Etiopia, malaria, … zijn op het niveau van de jaren tachtig blijven steken. Ze tonen een uitgemergeld afrikaantje in de hoop dat oma zwicht voor de bambi-oogjes. Wat je voorstelt is,… Het mag wel veranderen. Wat je hier voorstelt, dat kan wat veranderen.”
Johnson keek de senior consultant aan en knikte. Al een schaap over de dam.
“Dit is op die rand tussen gek en geniaal, maar het zou wel kunnen werken.” Zei een derde.
“Het maakt niet uit of dit werkt of niet,” concludeerd een senior CEO. “Media-aandacht krijgen we sowieso voor dit project. Het zou stom zijn moesten we deze kans niet grijpen. Dit is fenomenaal. Ik stel voor om een pilootproject van dit concept op te stellen. Wie stemt voor?”
De raad stemde met handopsteking. Hoewel een heel deel van de handen onzeker de hoogte in werd gestoken, was het toch een mooie meerderheid. Johnson glimlachte. Dit zou inderdaad wel kunnen werken.
“Natuurlijk moet er eerst onderzoek gedaan worden. Over welke budgetten gaat het en wat moet er precies ondernomen worden. Ook resultaten moeten op een zorgvuldige manier worden uitgetest.”

***
“Johnson, wat je doet. Dit is echt geweldig.” Kate streelde zijn borstkast. Johnson grijnsde.
“Nee, wat we juist deden, was geweldig.” Als hij zo uitspraken deed, was hij toch een beetje Bond, Kate bloosde.
“Dat bedoelde ik niet en dat weet je.” Ze gaf hem een tik op zijn neus. “Ik had het over je project. Toen je zei dat het de wereld zou veranderen, dacht ik, ja, ja, het zal wel weer wat zijn … Maar dit had ik niet verwacht.”
“Ik ook niet. Morgen zit ik in het meest besproken actuaprogramma van de lage landen. Het is zoveel, zomaar, ineens. Jij er dan ook nog bij.” Hij lachte. Kate legde haar hoofd op zijn borstkas.
“Niet zomaar.Je hebt het verdiend en mij erbij.”

***
Kate zat klaar op het puntje van de stoel. De generiek van het programma liep en Johnson ging life in primetime. Okee, hij had wel in alle kranten gestaan, maar dit was toch anders.
Ze zette het volume nog wat harder zodat heel het appartement gevuld was met geluid.
Beste mensen. Vandaag een historische uitzending. Let op mijn woorden.. Iedereen heeft de kranten deze week wel al gezien. Een brug werd geslagen tussen de harde economische wereld en de socio-culturele ngo’s. Ongelooflijk deze actie. Iedereen heeft vast al gehoord van “Magic Johnson”, zoals hij ook wel in de kranten was aangekondigd. Nee, niet de basketter, het gaat hier om de weldoener van de eeuw. Wij hebben dan ook niemand minder dan de bedenker van dit fantastische concept in ons actuaprogramma zitten. Hier is hij, dames en heren. Dany Johnson,goedenavond,
Goedenavond.
Vertel me hoe bent u op dit idee gekomen?
Ik heb me er vroeger eigenlijk nooit zoveel van aangetrokken. Maar enkele maanden geleden toen de eerste wintersymptomen zichtbaar waren, viel het me op dat er zoveel zwervers op straat rondliepen en dat raakte me. Voor het eerst in mijn leven. Dus heb ik een concept bedacht om die mensen te helpen.
En gisterenavond kreeg je hiervoor een marketingprijs toegekend?

Jee Kast 2011

((deel 04, klik hier)

Poetry Blogging

Kate e04

1 Comment 19 December 2011

***
Die prijsuitreiking, dat was geen uitleg van de campagne meer. Het was een walgelijke verheerlijking van Johnson’s project. Hoe zijn concept prijzen regende, wat er over hem gezegd werd in kranten, hoe hij vermeld werd door staatshoofden in speeches als voorbeeld van solidariteit. Maar ergens in de achterbuurten roerde er iets. Het begon als een twijgje in een plasje water. Steeds grotere twijgjes en takken werden in steeds diepere plassen gegooid. Totdat het vijvers waren, bomen in water splashten. Loof tegen druppels. Bast tegen het harde water.

Er hing kots op de richel. Lege flesjes slingerden rond. Er lag een kwart stokbrood tussen het vuil. Iets had eraan geknaagd in het uur van de duister. De schimmen waren weer in beweging, bedelen voor meer bier, voor wat kleingeld of wat aandacht. De meester en margarita, maar Margarita zal opstaan en haar stem laten horen. Er roert wat in de onderwereld.

***
Luister, ik wil geen god spelen. Als je die mensen geld geeft, kopen ze bier of sterke drank. Is dat verkeerd? Misschien zijn ze zo beter af.
Dus jij wilt die mensen alcohol geven?
Nee, ik wil ze van producten voorzien die ze nodig hebben in hun levensvoorziening. Hoort daar alcohol bij? Soit. Dat is hun keuze. Daar gaat het mij niet om. Mij gaat het om humanitaire sponsoring van individuën. Men geloofde altijd dat sponsoring aan een winnaarsimago gekoppeld moest worden, maar het omgekeerde werkt ook. Bedrijven die achter dit concept staan, krijgen heel wat steun van het publiek.
Dus, er zijn al bedrijven die toezegden?
Inderdaad, Mildred International het bedrijf waar ik voor werk heeft contacten en klandizie op hoog niveau. Cola Compagnie, Eastpok, Nuke en Interbrow hebben al toegezegd, met een kledings- en textielmerk zijn we nog in onderhandeling.
En verwacht u dat de zwervers labels van sponsors gaan dragen?
Dat is afhankelijk per sponsor en per contract. Daklozen die nog steun genieten van het ocmw krijgen, lopen daar ook niet te koop mee. Wel kan de international de beeltenis van de zwerver en het project in zijn promotiecampagne steken, wat weer het imago van de International de hoogte in drijft. Het signaal dat een bedrijf geeft aan het publiek is er eentje van’ ja, wij doen aan humanitaire steun, ons bedrijf betekent meer dan winstbejag.” Het blijft natuurlijk een uitdaging om de juiste producten op de juiste plaatsen te krijgen. Maar daar ligt net de specialisatie van Mildred International.

***
Deze stad bevat het uitschot van de wereld. Op elk niveau. Wat zwervers zitten samen, hier en daar blinkt een merk.Een oude man gniffelt wat aangeschoten en klemt zijn hand om de fles. De andere graait in een sporttas.
“Wil je nog een Snackers?”
“Nee, Ik ben dertien kilo aangekomen, sinds ik word gesponsord.”
“Dertien?”
“Ja, kijk. Zo een eenzijdig dieet… de mensen geven haast geen geld meer, want ze herkennen me van op de posters. Ze denken die heeft wel genoeg.”
“tja, met die extra kilootjes ook.”
“Maar ik eet bijna niets anders meer. Mijn tanden gaan er aan kapot. Verdomme.”

“Hm.”
“Heb je het gehoord? Annie heeft weer een hartaanval gehad.”
“Wat denk je, man. Zoveel chips? Dat is toch niet goed voor je?”
“Japie, Hee Japie. Hee seg? Jij hebt terug je oude plunje aan?”
“Ja, het is wel wat kouder nu, maar ik kreeg allergie van die synthetische wol. Dan drink ik wel een vodka meer, om het warm te houden, hihhihi.”
“Wil je nog een cola?”
“Nee, ik heb genoeg voor vandaag.”

Jee Kast 2011

Poetry Blogging

Vanessa

0 Comments 14 December 2011

Als liefde een druppel water was,
zou de wereld een kluit aarde zijn
droog in de mond.

Ik verbrokkel, je hebt vissen en vogels,
ik zou spartelen in jouw nabijheid.

De blauwe plekken zouden een monument zijn,
misbruik dat vaag, geleidelijk vergetend,
in geschiedenisboekjes staat;
waar ik gelukkig nooit aan toe zou komen.

Hoe ooit
water en lucht zomaar
gescheiden was.

(ik trek in de aarde
en de bevochtigingsgraad stijgt, waterelementen dringen door
als fouten in het verleden. Slavernij heeft boeken vol geschreven
met zweepslagen op de rug. )

Ik heb je verleden verkleed en gedragen,
maar nooit heb ik het in de uitverkoop gezet.

Jee Kast 2011

hogeropdracht

Hashtaggedicht.

0 Comments 11 December 2011

© 2011 Jee Kast. Powered by Wordpress.

Wordpress themes by WooThemes - Premium Wordpress Themes