Zelden vallen er woorden genoeg.

  • bloosvoets

    Nadat ik haar had rondgezwierd, vielen we lachend op de grond. Ze krabbelde, nawankelend, overeind. Ze zette haar voeten op mijn borst. Die herkenbare blos op haar wangen. Trots dat ze me gevangen had. Als vaderleeuw keek ik toe hoe mijn sierlijke manen tot dreds verklungeld werden. Gemoedelijk. De muis van haar voeten op het…

  • Mannen van staal

    We waren zonen van liefde, vaders vol verdriet We zijn mannen van brikken, mannen van spouwen, de heren van de wind en de adem inhouden. We zijn constructiekranen, we fluiten in ons hoofd, als bezeten bouwvakkers, willen we beminnen boven alles, gaan ten onder aan vrouwen. We zijn grintmolens, bouwwerven, we zijn in mierennesten thuis,…

  • Tienerfruit

    Nu het fruit is, niet meer dan een knop of na ‘t begin van lente, ‘t uitgroeien van al ‘t groen, valt hoe anders ze is veel harder op. ze leeft ermee, niks aan te doen. de bomen rondom nog steeds een vriend. Ze staat nog hier, treuren erom zal ze niet gedwee, maar ook…

Wat is poëzie voor jou, dat niet voor mij is?