Out of office.

out of Office
Even een weekje niks.

Er staat wel een nieuwe website op stapel met grafische projecten en tekenwerk (zoals hierboven). Met andere woorden, met zowat alles wat buiten het concept ‘woord’ staat buitenkomen (wat een zin). Al deze projecten en uitspattingen hoop ik op een website samen te kunnen mikken tegen de eerste week van augustus.

Voor de rest hoop ik hier wekelijks (wat steeds de poging is, hier wat neer te zetten).

OF
vind me op insta.
Met een nieuw reeksje #hipposzien en enkele resultaten, demo-versies van #nualzerevingers

OF
wekelijks op mijn fb-pagina

Maar dat alles,
nu even niet.

Tot gauw,

J

Verrukkelukke vrouwen 02 – Annie Cohen

De vraag moet altijd pertinent aanwezig zijn geweest in haar leven. Iets in haar lichaam zuchtte, zonder dat haar gezicht of haar ademhaling er blijk van gaf, een spiertje aan haar sleutelbeen ofzo, bedekt en ver weg van de nieuwsgierige blikken.

Annie rolde even haar lippen naar binnen toe om ze nat te maken.
“Hetgeen me bijblijft is niet het peddelen door de Indiaase jungle.” De oude vrouw zat aan het raam, praatte tegen niemand in het bijzonder, maar Annie wist dat ze allemaal op het puntje van hun stoel zaten. Haar blik gleed over het Amerikaanse landschap waar ze bijna deel van uitmaakte. Ze was oud en dit was haar vaste plekje aan het raam geworden. Het gezelschap, waaronder Henry Lancaster en zijn grootvader, probeerde haar blik te volgen, maar geen van allen konden zich voorstellen wat Annie allemaal zag.
Hitler en de oorlog waren een oceaan weg en iedereen die van Boston was, wist wel dat je bij Annie voor een ongeloofwaardig verhaal wel terecht kon.

“Ik reed door de jungle, op de fiets; de Maharaja Krishna en Willem II op de olifant naast me. De Maharaja van Mysore had gezorgd dat vier knechten met kapmes ons voorgingen om het pad vrij te maken. Het pad was al lang in gebruik, toch stond hij erop deze extra moeite te doen. De kappers waren vroeg in de ochtend vertrokken, maar het kapproces vorderde zo traag en de knechten gingen zo zorgvuldig te werk dat we ze tegen de middag ingehaald hadden en ze nu haast constant zo een 10 meter voor ons liepen. Door het gescheld van de jonge prins werden ze regelmatig opgezweept. Of het echt gescheld was, weet ik niet, ik verstond het niet. Toch klonk het haast vijandig als een van de jongens met het kapmes even stilstond om zijn bezweette voorhoofd af te vegen of om enkele takken van het pad te slepen.
Ik geloof dat Maharaja nog nooit een doorwinterde moderne vrouw had ontmoet. Hij was nog een jongen. Wat een uitstraling en rijpheid hij te berde bracht.” Annie glimlachte bij de herinnering.
“De avond ervoor nodigde hij me uit. Hij wou me het geplande end op weg te helpen. Om het stuk mee in de draagstoel op de olifantenrug te rijden. Ik weigerde, uiteraard. Ik was er om te fietsen. Ik geloof niet dat ondanks zijn jonge leeftijd hij ooit een vrouw ontmoet die hem wat geweigerd had. Maharaja Krishnaraja Wadiyar IV was elf op dat moment.”
Ze knipoogde naar Henry, die gelijk wat rechter ging zitten.
“Hoe oud ben jij?”
“Twaalf, mevrouw.”
Zijn lichaam krulde langzaam naar beneden als een verlegen garnaal die met zijn hoofd de staart opzocht.

“Kan je je voorstellen dat een heel rijk voor je hebt? Dat alles van jou is, hoever je ook kan kijken? Ook al als je een dag eender welke richting uit reist, dat nog steeds alles wat je ziet van jou is.”
Henry schudde het hoofd. Hij keek op en zijn wangen glommen bij de gedachten wat een rijkdom en avontuur zouden dat zijn. Het gezelschap grinnikte even, lieten de charmante onderbreking even voor wat het was en richtte hun hongerige ogen weer naar de vertelster. Die keek meteen weer weg, door het raam, naar het India dat alleen in haar herinnering te zien was.

“Dus Willem II, koning der Pruisen en kleinzoon van koningin Victoria, was er ook. De jonge prins had hem overhaald om mee op tijgerjacht te gaan. Het gebied wemelde van de tijgers. Ze maakten de naburige dorpen al een tijd onveilig en ook het pad waar ik me op bevond was niet veilig. Ergens was ik heel blij en gerust dat de prins zo stellig was in zijn begeleiding. De bamboebladeren steunden en knapten onder de wielen, de olifantogen groeven de herinnering aan de fiets in hun geheugen en ik trapte, terwijl beide heren van bovenaf af en toe geamuseerd een blik op me wierpen. Opeens hoorden we een krijs. Een tijger was bovenop een van de jongens met het kapmes gesprongen. De andere jongens zwaaiden wild met hun kapmes, maar durfde niet echt dichterbij komen. De menner van de olifant hief zijn hand op. De olifant stopte. De wachten, die rond de olifant meeliepen, stopten eveneens en tuurden nauwlettend de jungle in.
‘Ik leg aan,’ zei de Maharaja, hij schouderde zijn geweer. Willem II die reeds klaarstond met zijn geweer, schudde het hoofd.
‘We zouden de boy kunnen raken.’
Krishna keek over de loop naar de jongen op de grond. Wat is een mensenleven, moet hij gedacht hebben. De jongen op de grond schreeuwde gesmoord, hij wist niet of hij zich nu moest stilhouden of zich verzetten, de tijger die niet wist of hij op de mensen rondom of op de prooi op de grond moest letten, de Maharaja die niet wist of hij zou schieten of niet. De Prins schoot niet. Bij de kreet was ik gestopt met fietsen, onbewust en ondanks alle mannen die, hetzij wat schokkerig en onbeholpen, bewogen op dat moment, stond ik stokstijf. Bevroren. Vastgenageld aan de grond. De tijger brulde.”
Annie Cohen keek even naar de aandachtige gezichten. “Zullen we de glazen even bijvullen?” Mierzoet glimlachte ze, een koningin van het woord. Iedereen likte de lippen af, niet van dorst. Henry knikte gretig, als er na het glas water verder verteld werd, wilde hij wel wat drinken.

“De tijger brulde nog een keer. Ik haalde diep adem en ging op de pedalen van de boneshaker staan en duwde af. Met volle snelheid en luidrinkelend en schreeuwend racete ik op de tijger en de hulpeloze jongen af. De tijger die niet wist wat hem overkwam, sprong op en vluchtte het oerwoud in. Dit alles alvorens de jonge Prins kon schieten. Met brute kracht remde ik, want bijna was ik over de opengereten bediende heengereden. Hij kermde en zijn maten schoten hem te hulp. Een van de bodes van de Prins bekeek de wondes en zwachtelde er enkele van in. Nu de tijger weg was, was de olifant gestaag dichterbij gekomen. Het dier legde zijn slurf op mijn schouder. Eerst dacht ik dat het een bemoedigende hand was van een bode of een raadsman. Ik stond te trillen op mijn benen en keek naar de toetakelingen die het wilde dier gedaan had. De olifant leek me een pluim te geven voor mijn actie en ik keek naar de donkere rustgevende ogen. ”

Annie haalde haar schouders op.
“Krishnaraja Wadiyar IV was boos. Ik merkte het niet meteen. Ik was jong en met misplaatste trots en handen in mijn zij keek ik naar de Prins en Willem de Tweede die van de olifant klommen. Triomfantelijk wou ik zeggen; ik heb de hete kolen toch maar uit het vuur gehaald. De blik van de Prins gebood me niets te zeggen. Het was duidelijk. Ik had zijn buit weggejaagd. Zijn eer als man was gekrengd. Hij schelde en wees en stampte met zijn voet op de grond.”

“Wat moet je met een jongen die ook prins is?”
Even keek ze schalks naar de Lancester-jongen, eentiende van een seconde duurde het, ze knipoogde. Alleen Henry merkte het. De rest was te druk bezig een antwoord te verzinnen op die vraag. Hoe kalmeerde je een opgewonden elfjarige Prins wiens toorn verschrikkelijk kan zijn?
“In een van de tassen had ik een schroevendraaier. Het duurde een eeuwigheid voor ik hem vond.” Haar gedachten voelden in een propvol geduwde tas en ook Annie was weer helemaal aan het opgaan in haar verhaal.
“Ik graaide in de tas, haalde er alles kriskras uit, terwijl Willem II en Krishna op mijn vingers stonden te kijken. Ze wisten niet wat ik zocht en de nieuwsgierigheid van de jonge prins temperde de woede. Heel het pad lag vol met kledingstukken en maaltijdpakketjes en bloomers en de prins en de koning wisten even niet waar te kijken.” Haar toehoorders lachten. Het idee dat het olifantenpad gevuld was met korte vrouwenbroeken en dat er twee heren met blauw bloed op stonden te kijken was voor die tijd hilarisch.

“Nadat ik de schroevendraaier vond, pakte ik het stuur van de fiets en schroefde ik de trofee van de prins eraf.”
Even waren er vragende ogen. Annie knikte bemoedigend.
“Op het stuur zat een grote, blinkende bel. Een fietsbel met een goudvis in gegraveerd. Die haalde ik eraf en overhandigde ik haast plechtig aan de Prins. De Prins als jongen was verrukt. Ook al waren de mannen in die tijd zo geen franke vrouwen gewoon, toch voegde ik er schertsend aan toe, een trofee voor die keer dat een vrouw op een fiets de Prins te snel af was en Hij als gentleman het toestond. De pruilmond werd een streepje, een boogje.
De Prins rinkelde de bel. Uit het oerwoud kwam een tijgerbrul als bij wijze van antwoord terug.
‘We moeten gaan, we worden geroepen voor de jacht.’ Zei de Prins. ‘Dank’. Hij wreef even over de goudvis die de tijger uit zijn schuilplaats zou lokken. Dit vond hij een goed geschenk. Hij gebaarde dat Willem II weer op de olifant moest plaatsvatten, stuurde de gewonde met twee bodes weer naar het paleis en ik stapte op de fiets. Reed weg zonder omkijken het oerwoud in.”
De luisteraars haalden opgelucht adem.

“Wat een verhaal,” zei opa Lancester. Hij was even oud als Annie en ondanks de leeftijd was er naast die enorme bewondering voor de vrouw die als eerste de wereld rondfietste ook een tikkeltje meer. Ook dat zag Henry.
“Dat was spannend,” opa stootte Henry aan, die ingetogen knikte nu weer heel het gezelschap naar hem keek. Annie Londonderry Cohen, die door een fietsbel voor Krishna’s toorn gered was, sipte aan haar drankje.

“Nee, …”
“… hetgeen me bijblijft is niet het peddelen door de Indiaase jungle,” herhaalde Annie om kenbaar te maken dat haar verhaal nog niet gedaan was. Het gezelschap keek elkaar aan.

“Het moet een jaar of wat, negen?, geleden zijn. Ik was 68 jaar en ik stond in een dierentuin. Daar gebeurden twee opmerkelijke dingen. Het was een mooie dag. Een zondag moet het geweest zijn. Dames en heren wandelden gezapig tussen de kooien door, voederden de chimps en kinderen renden in bewondering van het ene dier naar het andere beest. De parasolletjes en de hoge hoeden vermengden zich met de gegoede families, de tortelduifjes genoten van de toekomst, de kinderlijke speelsheid die ze zagen, de wereld die aan de jeugd was en klaar stond om te veroveren. Nu deze dieren waren al reeds veroverd en gekooid, wat ongelooflijk jammer was, maar op zondag durfde ik de zoo wel eens sponsoren. Het deed me aan mijn wereldreizen denken.
Ik was oud en beter ter been dan nu. De dierentuin had een paar nieuwe dieren. Het had heel de week in de krant gestaan. De olifanten, rechtstreeks uit India waren de drie pronkstukken van de dierentuin. Twee jonge dieren en eén oud dier. Het oude dier was niet persé een bezienswaardigheid in dierentuin. Het werd voornamelijk ingescheept om de jonge dieren op de boot rustig te houden. Net op het moment dat ik de dierentuin wou verlaten, werd de oude olifant ook op wandeling meegenomen. Het beest was heel tam en volgde de verzorgers schoorvoetend. We kruisten elkaar en terwijl ik verder schuifelde, keek ik even opzij. De vele fietstochten en wedstrijden eisten hun tol. Het was zo warm dat ik even moest stoppen, kramp en kniën die zeer deden. Opeens voelde ik een hand op mijn schouder. Een hand, die er geen was, het was een slurf. Een slurf die me leek te kennen. De oude olifant had me herkend en had zich omgedraaid zonder dat zijn begeleider het doorhad. Met zijn wijze ogen keek het me aan. Het moment was zo intens dat ik bijna in huilen uitbarstte.”
“Was het diezelfde olifant?”
Annie knikte. “Ik werd zo eenveertig jaar terug in tijd gekatapulteerd, zomaar, door die enige eenvoudige aanraking. Door die mystieke, donkere, krachtige ogen. Achteraf kreeg ik van de verzorger te horen dat deze olifant inderdaad van het Mysorische hof kwam. Het was uitzonderlijk dat een olifant zo oud werd, hij moest wel haast honderd jaar zijn.”
Even was het heel stil. Annie keek uit het raam en Henry droomde mee. Ook hij had die olifant aangeraakt.

“Goh,” zei Henry’s opa na een tijd. “En wat was het tweede uitzonderlijke dat gebeurde?”
“Net nadat ik de dierentuin verlaten had, tikte er iemand op mijn schouder. Geen olifant deze keer. Ik herkende hem meteen, maar de naam ontschoot me. Hij had ook al in alle bladen gestaan en was nog vrij jong. Ook een inwijkeling van het Europese continent. Opnieuw had ik een krop in mijn keel. Kwam het door die eerste emotie? Dat deze ontmoeting me zo bij de keel greep, kwam het door die olifant die me had weten te verrassen?”
Ze pauzeerde even. Het groepje dat rond haar zat zag dat ze er nu wat ongemakkelijk bij zat. Ze herschoof zich even en schraapte haar keel. De vraag hing in de lucht, niemand die hem durfde te stellen.

Langzaam antwoordde haar oude stem de ongestelde vraag.
“Het was Salvador Dali!”
Annie leek in de herinnering weg te zinken ondanks de verraste uitroepen van de groep.
“Wauw.” zei de dame op de hoek die ook de olifantvraag had gesteld. “De kunstenaar?”
“De kunstenaar. Nee, ik heb nooit wat met hem gehad.” Waarmee ze lachend wat insinuaties van de hand deed. “Hij was veels te jong. In de dertig, ik dubbel zo oud.” Ze grinnikte, doch het idee vond ze blijkbaar niet zo gek. “Hij tikte me op de schouder, omdat hij net ervoor de gebeurtenis met de olifant had gezien. En hij wou weten hoe het zat.”
“En?”
“Hoezo ‘en’? Ik deed het hele verhaal uit de doeken. Zoals ik nu deed. De jonge, elfjarige Maharaja, de Pruis Willem II met het geweer in aanslag, de gewonde knaap, de olifant, de fietsbel met de goudvis. Ik heb Dali en zijn echtgenote erna nog verschillende keren ontmoet.” Ze glimlachte. Dit was een ander soort herinnering. Recenter en hoewel de belevenis minder intens was, de impact van de kunstenaars’s naam was groter.
“De ontmoetingen waren vluchtig. Steeds opnieuw vroeg hij naar dat ene verhaal. Ik mocht nog drie keer de aarde rondgefietst hebben, dat interesseerde hem niet. De fietsbel die de tijgers wegjaagde. De goudvis is een schorpioenvis geworden, maar het zit er allemaal in.”
“Het schilderij,” stamelde Henry’s opa. Zijn frank was gevallen. “De… hoe heet het, de droom met de olifant en granaatappel.”
Annie knikte.

“En die vrouw, die al haar kleren uithaalde om een schroevendraaier boven te halen.” mompelde opa. “Dat is een metafoor voor dat naakte lichaam. Nee, ik zeg het verkeerd. Dat naakte lichaam is een metafoor voor alle uitgehaalde kleren.”
Annie bloosde.
“Dali’s vrouw was zo jaloers dat aan iedereen verteld werd dat het geportretteerd naakt Gala was.” Ze drukte haar lippen nog eens tegen elkaar.
“Hoe hij een oude vrouw moest laten blozen, wist hij wel. En dat het schilderij een droom was, waar Freud een puntje aan mocht zuigen, is natuurlijk verzonnen, eigenlijk is het gewoon mijn verhaal. Mijn lichaam, ooit.”
En nu knipoogde ze betekenisvol naar de opa van Henry.

Jee Kast

Jee Kast 2018
— — —

Wat echt is?
Dali - Mujer asomada a la ventana  - bike version

Painting Salvator Dali #modified
Annie Cohen (1870–1947) was een vierentwintigjarige Lets-Amerikaanse vrouw die als gevolg van een weddenschap de eerste vrouw zou worden die op de fiets de wereld rondreed. In 1894 startte ze door middel van sponsors een traject van 15 maanden op een 19-kilo-wegende fiets. Per dag deed ze hierop tussen de 12 en 16 kilometer. Een van de mannen die de weddenschap aanging was een fietsenmaker, tevens een sponsor van de onderneming. Haar andere hoofdsponsor, vroeg haar ook haar achternaam in Londonderry te veranderen. Bij vertrek van deze helse fietstocht had Annie Londonderry Cohen 3 kinderen (6, 4 en 2 jaar).

Na vier maanden werd de fiets, niet de protagoniste, door een lichter model ingeruild. Annie was tegen die tijd wel al 8 kilo afgevallen. Bij mijn weten heeft ze nooit Salvador Dali ontmoet. Net als haar versies van de werkelijkheid, in lezingen en vertellingen doorheen heel Amerika, is dit stuk verhalend wat aangedikt.

De fiets, ook wel boneshaker genoemd, dat kwam door de harde houten wielen die met ijzer omlijst waren, was voor de vrouw een instrument dat hun ruimte en vrijheid gaf. Voor 1890 werd de fiets vooral gezien als een mannenproduct. Niet alleen kwamen die vrouwen meer als identiteit in het straatbeeld, ook de kleding werd nu hierop aangepast. De Victoriaanse wat uitwijdende jurken en indijkende corsetten werden stapsgewijs door de fietsende vrouwen overboord gegooid. Om de wat ouderwetse mannen op stang te jagen natuurlijk.

Henry, eveneens fictief of per toeval van naam en uiterlijk gelijkend op een echt persoon, leefde nog lang en gelukkig. Annie Cohen daarentegen stierf in anonimiteit.

Meer? Verrukkeluke vrouwen 01, vind je hier

Trouwtekst Vincent & Ellen

Gisteren mocht ik na ringen en de geloftes mijn neef Vincent & zijn vrouw tekstueel
huldigen. Gezien het beiden geschiedkundigen zijn, heb ik even in de bieb in een andere stoffige hoek dan poëzie moeten duiken.


Vincent,
ik begrijp da wel.
Als ge met Ellen praat
Als ge naar Ellen kijkt …
Ellen is op alle vlakken een strategische verrijking van onze familie,
zoals het in de geschiedenis gebruikelijk was.

Ellen, ik

ik begrijp da wel. Da’s nie erg.
ik begrijp da wel, dat als ge heel uw leven in de gevangenis hebt gezeten en dan pas buitenkomt,
Dat ge met de eerste de beste man trouwt. Maar met Vincent…

Dat als ge 7,5 jaar samen zijt,
dat alles nog vanzelfsprekend mag zijn,
geluk een weg is, die je kan inslaan
en dat die vanzelfsprekendheid nooit verdwijnt.
Kleine overgaves die tot een overwinning leiden
dat je geschiedenis kan toetsen en staven,
maar historische romantiek gaat over lijken,
dat in het NU leven, al voldoende uitdagingen heeft.

Dat ge elkaar kunt blijven verrassen en de schoonheid er van kunt zien,
ook al vermoedt ge dat er iets op til is, at Gmail.com, als ‘Vincent is ontvoerd’ alsof hij Richard I is, en met verrassen, dan bedoel ik niet alleen alle weetjes in steden, of over personen, gebouwen etcetera waar Vincent menig man de mond mee snoert.
Maar Ellen, dat het leeuwendeel van uw Leeuwenhart verovert blijft, dat het speelse in uw relatie steeds bovendrijft. Al is het met een bloemeke of op de stoep zitten met ijs.

Dat ge kunt leven, elk moment in liefde,
dat als Romeo en Julia, er geen compromissen zijn, als ge besluit voor elkaar te kiezen.
Dat ge het historische “toekomstige koppel van de Facbar” wordt, en blijft,
net als superman en Lois Lane, die zich na 58 jaar in een huwelijk storten.

Dat verschillen respecteren en elkaar kennen in stressmomenten op lange termijn loont.
Zoals Edward Albert Christiaan George Andreas Patrick David de Achtste van Engeland die voor Wallis Simpson, afstand deed van de troon. Zoals een thésis schrijven een goede beproeving is als ge net samenwoont. Hoewel de historische, romantisch, kant bij Edward de Achtste steeds de nadruk krijgt, laat u niet verleiden …
tot een nazi-rijk.

Dat liefde onvoorwaardelijk is, ook al zou Ellen uw broer, haar schoonzus en uw vader met de bijl onthoofden, dat wat er ook gebeurt, welke samenzweringstheoriën ook de kop op steken, zoals dat de Virgin Queen een man geweest zou zijn, dat jullie net als graaf Dudley in echte liefde blijven geloven.

Dat ge het huwelijk naar eigen dunken zelf moet invullen,
zoals Henry de Achtste en Anne Boleyn, een wereldplek als een thuisland kunt creëren waar ge samen en uzelf kunt zijn. Dat uw huwelijksgeluk zoals de uitspattingen van Shakespeare mogen zijn, maar dan ongerijmd.

Dat uw huwelijk niet zozeer strategisch, eerder het meest romantische, zoals dat van Tsar Nicholas de Tweede en Tsarina Alexandra of zoals dat van haar grootmoeder, Queen Victoria’s huwelijk is.

Het traditionele huwelijk, man en vrouw zijn één en één is vooral de man, overboord wordt gegooid.
Zoals Lucy Stone, Suffragette die in 1855 trouwt en gevochten heeft dat ze haar meidennaam houdt,
Dat zelfs als de soep te zout is, ge die zult delen, dat de soap te zoet is , maar verre van melig.
dat ook al worden alle grappen op den duur voorspelbaar, omdat ge elkaar door en door kent, ze niet gaan vervelen. Dat ge elkaar zult appreciëren, uzelf kunt loslaten en op de andere kunt anticiperen.
Apart concertjes of nerdcamp doen, of apart op vakantie gaan is het nieuwe geven en nemen.

Dat uw huwelijk zonder klakkeloos gehoorzamen mag zijn,
als een symphonie op elkaar ingestemd, virtuoos in tijd
dat jullie door jullie liefde overal hartjes kunt scoren,
zoals prinses Diana & prins Charles, maar dan zonder de oren.

Dat uw huwelijk hypergelukkig mag zijn
Zoals het huwelijk van Elisabeth Taylor …
en hare achtste man. Dat Ellen, toen ze de man van uw leven wenste, misschien ne man wou die elke dag vrolijk opstond, hoewel elke dag nu ook niet hoeft,
dat stipt zijn, niet stipt lijken is en “dat komt wel” is niet goed genoeg.

Dat jullie relatie verrijkend mag zijn als het erfgoed van Peter de Grote, dat echte mannen volgens die laatste geen baarden hoeven te hebben. Pluk uw dagen samen.
Vincent, nu we het over echte mannen hebben, we weten dat gij een onfeilbaar geheugen hebt, maar in naam van alle getrouwde mannen mag ik u vragen om af en toe deze ene datum te vergeten?
30 juni 1960? Onafhankelijkheid v. republiek Congo
81 jaar geleden? (hulplijn inroepen?) 1937 eerste hulplijn ter wereld, draai 999.

Pluk uw dagen samen, turf uw appeltjes voor de dorst,
dat jullie aan elkaar gewaagd zijn, beleef, koester en hunker.
Dat uw huwelijk verbazingwekkend, verstrengeld en bevreemdend mag blijven, zoals het huwelijk van Chang and Eng Bunker.

Chang & Eng Bunker, de tweeling geboren in 1811 uit het stadje Siam, die aan elkaar verbonden zat en 1 gemeenschappelijke lever had. De siamese tweeling,
Opgenomen in een freakshow allereerst,
en ze trouwden in 1843 twee zussen, Adelaine en Sarah-Ann Yates,
dat ze eerst samenwoonden en de zussen pop die beslissing zijn teruggekomen en toen zijn ze apart gaan wonen, maw. Eng en Chang om de drie dagen verhuisden naar wat verder in de straat.

Hmpf terug ter zake, dat uw band vruchtbaar mag zijn en dat ge als koppel steeds door verwondering afgeleid moogt raken. Of zonder stoten of omwegen,
dat ge geschiedenis zult schrijven, samen.

Jee Kast
30 juni 2018

Verrukkelukke vrouwen.

“Nee. Ik zie me genoodzaakt terug te trekken als financier van dit project.”
De man frunnikte even aan zijn manchetknopen zonder zijn blik erdoor te laten afleiden, hij keek Annie nog steeds recht in het gezicht aan. “Het is zelfmoord.” besloot hij het gesprek.

Annie trok haar neus op.
Ze twijfelde of ze gevolg moest geven aan dit gesprek. Weer een man die laatdunkend over het project, over haar slaagkansen of over haar als vrouw deed. Ze had dit gesprek al verschillende keren gevoerd. Ook de gesprekken na dat het gesprek afgesloten was. Ergens wist ze dat hem proberen te overtuigen geen zin had. Mannen die haar de toekomst beloofden als ze van het project hoorden, maar als puntje bij paaltje kwam, waren de risico’s te groot of was het gekkenwerk of kwamen ze met zogenaamde emotionele argumenten. Niet voor haar, maar voor hun naam; mocht Annie het niet overleven. Hoe konden een firma met goed naam nu zo een vermeende zelfmoordpoging financieren? Dat was de grootste bezorgdheid. Want zo zagen ze het allemaal. Hun goede naam zou besmeurd worden en dat zou toch wel meer nefaste gevolgen kunnen hebben dan ze zich zouden kunnen voorstellen. Los van haar dood, uiteraard.

“Ja, het is nu niet echt met de fiets een brood halen bij de bakker.”
Lansky keek haar aan. Vrouwen op een fiets, dacht hij, ook dat nog. Hij depte zijn voorhoofd met een zakdoek. Los van zijn oordeel rond die materie besloot hij het zakelijk te houden en het af te ronden. Hij schraapte de keel.
“Mrs. Taylor. Mocht u nog andere ideeën hebben, we zien u graag terug.”
De bankier stond op, tikte aan zijn bowler bij wijze van afscheidsgroet en verdween door de cafédeur.

“Robin?” Ze wees naar haar pint-glas.
“Een ander zwartbier?” Annie knikte. Ze legde haar laatste geld op tafel voor deze silversmith brew. Zij was iemand met visie, sprak ze tegen haar zelf, waarom deelde niemand die? Ja, ze had zich de laatste jaar kunnen behelpen met zanglessen en danslessen geven en het was te laat om het te maken. Ze was haast 63. Hoe dan ook, een vrouw die vanbinnen borrelde van ideeën en haast geen cent had. Nog drie weken en haar beurs was leeg. Platzak, klaploper.

Ze zuchtte.
Een efemere uforie. Altijd als ze dacht, nu haal ik hem binnen, was er wel een of andere partner of raad die een stok in de wielen kwam steken. Misschien moest ze wat anders verzinnen. Nee, dit zou haar bekend maken, haar lezingen bezorgen over haar roemrijke prestatie, niemand had haar dit voorgedaan.

“Mrs. Taylor?”
Een jonge man, ruitjespak, tot op de enkels verzorgd en een fris krulsnorretje dat een beleefde glimlach verborg, met een twinkeling van genoegen in zijn ogen. “Ik vernam dat u hier zat.”
“Mooi pak.”
“Het gaat om de afwerking.” zei hij zonder enige vorm van arrogantie.
“Wat zei de bank?”

Annie haalde haar wenkbrauwen op. Hoe wist hij…
“Ze hebben geweigerd.” flapte ze er uit voor ze er erg in had.
“Seth.” Hij stak een hand uit die Annie aarzelend aannam.
“Annie, mrs. Taylor.”
“Mrs. Taylor. Leg het mij een keer uit? Ik ken het verhaal enkel uit tweede hand.”

Annie nam een slok zwartbier en deed haar plan nog een keer uit de doeken.
“Er zijn al wat dodelijke ongevallen geweest in mensen die de kolken onderaan de watervallen probeerden te trotseren, maar niemand die al gepoogd heeft wat jij wil doen.”
“Het is moeilijk goed voorbereid te zijn, maar een goede voorbereiding is het halve werk.” Haar innerlijke schoolmeesteres glimlachte naar haar innerlijke avonturierster. “Zodra de ton er is, kunnen we een test doen.”
“Een test met een lege ton?”
“Nee, Iagara doet de test.”
“Iagara?”
“Mijn kat, we testen de ton van een bepaald punt en kijken hoe diep ze gaat, of de ton heel blijft, de duigen het houden, de druk aan kan die dingen,… als alles goed en wel gaat doe ik het enkele dagen erna over.”
Seth knikte. Hij besefte ook, moest de ton het geven dat dat meteen het einde van het verhaal was.
“Hoe hoog is de Niagara weer?”
“de Horseshoe Falls slechts 53 meter. De bedding waar de rivier weer in landt is diep genoeg.”
“Laat de ton maar maken. Ik zal het financieren.”

— — —
Annie E. Taylor Barrel woman Niagara Falls
Op haar 63ste verjaardag, 24 october 1901, ging Annie E. Taylor als eerste met een gesloten ton de Niagarawatervallen af, enkele uren nadat haar kat in een testrit haar voor was geweest. Zodra de ton afgesloten werd, werd er met een handpomp lucht in geblazen opdat er genoeg zuurstof zou zijn.
Deze waaghalserij van een voormalige schoolmeesteres was een poging haar een pensioen te garanderen. Door het verhaal te verkopen en lezingen te geven. De helse waterrit duurde bijna een twintigtal minuten.

Zowel de kat als zij hadden achteraf een hoofdwonde.
Een kwestie van je testobject niet serieus genoeg te nemen.
De gehoopte roem en het fortuin bleven echter uit. Annie Edson Taylor was een naam die vergeten werd.
Eat that Steve-o.

— — —