Krokusfestival


Gisteren werd het Krokusfestival geopend. Gerhard Verfaillie, artistiek Leider Krokusfestival, Joost Venken, schepen van Cultuur, Hasselt, en voorzitter van CCha en Mon-o-phone (met een tout petit-setting) trapten in een officiëel moment het krokusfestival af. Ik mocht aantreden als moderator, en mezelf…
De voorstellingstekst van het festival verwijst naar zo goed als alle voorstellingen/theatercompagnie in dit zevendaagsfestival en meer.

How creation can start with one movement, 
one sound, one action, one word.
hersenkronkel

Krul mij, Whirl me, comme un escargot.
Here we go, what started avec un mot. Brain candy
Curlywurly 

There is no failure in fantasy – push,
playfull joy an endless treasury – plus
Stimulate fantasy will eventually 
save the world. TEEN. Heart to heart, lovestart. Save creation – Pleine Lune, Tsjilp – tsjilpFritt FrammHanaFubuki
Save the landscape. Protest, we are too late, Island of slow. Save the sounds, 
Amadeo Kollectifhet klankennest van een specht
Save the words. Haal ze uit elkaar en zet ze in elkaar als Dadaaa
Dadaaa. Dadaaa.


I am at this poem where I can’t return. Ik ben op dit punt gekomen waar info staat en ik geholpen word. Als de deur gesloten is, moogt ge niet meer binnen.
Snuffelhoek, voor alle leeftijden, ga naar een opa die een knuffel zoekt. Het dier, het dier, en het beestje. Een ei. Welke vreemde vogel ben jij? Toen ik nog een vogel was… 
Ik tuimelde. Averechts, this side up, protesteer, maar protesteer nooit genoeg.
CirQ – leer in het festivalcentrum, Live – forever, I Infinite
binnenstebuiten gekeerd, gelauwerd en gecomplimenteerd door het complimentariaat als bewakers van de goede smaak. Rosa Primo. Een schouderklop, tromgeroffel op uw Bast als activisten, La Llava maestra de hoofdsleutel om binnen te raken. Draai maar om, kantel maar, kantelaar. Think local, create global, sounds too obvious, 
for what it is, sounds like a coke commercial. 
(Sorry Gerhard…)

Als de deur gesloten is, … fuck.
I am at this poem where I don’t really care anymore.
Panic at a lot of other places besides the disco. Les peurs invisibles. Bleu Monday, Game theory at game night. Nope, afternoon, de tijdtemmer. 
Invite youngsters to re-engage, a Little Joy tout petit at the doorstep, 
Y a de la Joie, to discuss, criticise, and invite.
As long as we are playing.

Invite.
Invite.
Invite.



Jee Kast
PS. Sommige voorstellingen zijn er meerdere keren. Naast de data in de links kunnen er meerdere voorstellingsmomenten van dezelfde show zijn, om zeker te zijn, check het volledige programma www.krokusfestival.be

Auch I & II.

Auch I.
Dan merk je ineens dat het al bijna tien maanden geleden is dat je nog wat op je website postte. Facebook en Insta: JKprojects902 neemt over.
Terwijl ik hier “mijn eilandje” meer moet verzorgen.

Auch II.
Er is een woordfolio net voor het jaareinde 2019 in elkaar gestoken.
Die staat binnenkort op www. jkast.be, de andere website waar ik vooral het aanbod in optredens en concepten op plaats.
Wil je een papieren publicatie als evenementorganisatie / communicatiebureau/… in huis halen om klanten te overtuigen? Mail me.

Auch III.
Valkuilen vermijden voor Valentijn


– Vermijd oogcontact met andere mannen/vrouwen
– Wees attent, zeg de hele week dat jullie het hele jaar van elkaar houden
– Zeg dat liefde niet koop- of onomkoopbaar kan zijn
– zorg dat de rekening van de alom bekende Chocolatier voor hij/zij het ziet in de vuilbak verdwijnt
– beperk de hele week (zeker als hij/zij een mes vast heeft) scherpe opmerkingen
– schrijf een lief kaartje voor je vrouw/man en vervang haar/zijn naam door de naam van zijn / haar huisdier
– zeg dat alleen dat pure liefde is, dat ze/hij moet leren relativeren, ze / hij foutjes moet vergeven, want kom …
er zijn erger dingen.


Tot snel


Jee Kast

II. 9u02 , 2 april

Deel I gemist? lees het hier

II.
9u02 , 2 april

Vanochtend deed de telefoon dat geluid dat telefoons doen nu ze niet echt meer rinkelen. Een <onbekend nummer> , behoedzaam nam ik op. Het was twee na negen. Het ontbijt uitgestald, een half sneetje met schaamteloze choco, koffie en een nog wat gekreukeld gezicht.
“Mijnheer Kast?” klonk een stem.

Ontbijtgeurtjes bevroren in de lucht. Een vogel hing bewegingsloos in het baldakijn van frisse, witte wolken, de zon was gestopt met opkomen en tegen alle wetmatigheden in werd de koffie kouder. Dat doet hij steeds. Tijd stopte totdat ik mijn keel schraapte. Ik had de stem herkend. Het kon net zozeer een straatartiest zijn die een affiche nodig had bij een onwaarschijnlijk verhaal dat hij ten berde ging brengen, maar dat was het niet. Dit was net iemand anders. Ik ging wat rechter zitten, veegde wat onbeholpen kruimels uit mijn schoot, opende mijn mond en toen keek ik naar links. Ik keek weg aangezien een gedachte me te binnenschoot, het was een overweldigende gedachte. Eentje die alle initiatief wegnam. Wat moest ik zeggen?
Ik sloot mijn mond. 
“Hallo?” zei de microchip tegen mijn oor.
Ze herhaalde aarzelend de begroeting.
“ Ja, sorry, ik ben er nog.”

Ik dacht na over gisteren en mijn hoofdhuid liet zich even door mijn linkerhand bekrabben. 
Het was Emmanuelle Pierre, haar stem had dat zakelijke, dat correcte met een fluwelen verpakking. Ze was woordvoerder voor het Paleis. 
“Wij vernamen wat op uw site. Het Hof houdt alle communicatie omtrent Koninklijke Aangelegenheden nauwzettend in het oog. Mijnheer Kast.”
Oei. Dacht ik, ik slikte. Waar was ik de mist in gegaan? En die juffrouw wist heel goed dat ik niet Kast heette. 
Vroeger als je iemand belde met de vaste lijn, hoorde je gekrakel en ruis. Elektrische geleiding die een eigen verhaal had, nu hoor je niks meer. De stilte klonk professioneel als iemand die bewust niet het woord nam. Wat moesten ze van mij?

“Was dat waar? Dat van gisteren?”
Ik kuchte, wou me verschuilen achter ‘hoe bedoel je?’ of simpelweg ‘gisteren’ met een stemverbuiging halverwege het woord zeggen. Er zijn geniale manieren om me van den domme te houden, maar dit was niet het moment. De korte stilte was een tafeltennispallet dat de bal naar haar terugkaatste en zij was weer aan zet. Ze speelde een spelletje. Haar stem verlaagde samenzweerderig en ze vervolgde;
“Dat van Rufus Wainright?”
“Ja, dat was echt,” zei ik, “en het was goed.”
“Precies. Dat.” zei ze resoluut, “Dat is heel jammer dat je me niet meevroeg.”

Even leek het alsof de Koning mij keuken binnenstapte. Zijn hand op mijn schouder legde en in mijn oor fluisterde, het is niet erg even niet op woorden te komen, dat heb ik soms ook. Maar stilte valt soms niemand op, als je er goed in bent. Je hebt mensen die er niet goed in zijn en dan begint een gesprek te zwalpen. Ik glimlachte naar de denkbeeldige Filip. Want dat zwalpen, daar was ik mee bezig.
Ik kom veel mensen tegen, zei ik. Het is vaak moeilijk in te schatten wat hun intenties zijn. Of het professioneel is, adoratie of oprecht. De hand van Sven Gatz gleed even voorbij in mijn gedachte en hoe hij in mijn vingers kneep. Vlak erna had ik Emmanuelle ontmoet. Ze had een galakleed aan wat kortgewiekt leek. -wat wil je van beschrijving, ik ben een boer, zeker in Koninklijke kringen- Ze had een dieppaarse jurk met vouwen en schaduwen waar een heel pajottenland in kon verdwijnen en één bandje over de schouder. Ik ben gek op bandjes over de schouder. Het zweet brak me uit, toen ik haar zag. Of het kwam door het jasje, dat ik niet als werkkledij fiscaal kon ingeven. Er waren zoveel mogelijkheden.
“Leuk u te ontmoeten.” Sloot ze onze korte conversatie af, “we houden contact, er zijn zoveel mogelijkheden.” Ze keek me over haar schouder, net die milliseconde te lang, aan, al verder schrijdend. Onbeholpen bleef ik achter en Sven vroeg of ik nog een toastje wou.

Nu ik haar aan de lijn had, probeerde ik te achterhalen waar de conversatie gisteren allemaal overging. Inmiddels zwalpte ik verder over hintjes die ik nooit zag en dubbelzinnigheden die beroepsmisvorming waren. Die waren ook alleen maar leuk omdat ze net die gevatte woordspeling waren, niet meer. Ik was een onschuldig jongetje, diep vanbinnen. 
Ik dacht aan haar onschuldig lachje gisteren, dat ineens niet zo onschuldig leek. Ik nipte aan de vreselijk koude koffie en haalde diep adem.

Waarom heb ik nu altijd die problemen, hoe maak je iemand het hof die aan het Hof werkt, of hoe nodig je een barista uit om wat te gaan drinken, of hoe vraag je een wereldreizigster of ze een avontuurtje wil? 

“Hoever staat het met de foto’s?” Zei ik, om maar wat te vragen. Ik wist dat op het officiële moment er een aantal waren genomen door de Koninklijke fotograaf. Heel scheutig waren ze er niet op dat iedereen in het wild selfies schoot in het Paleis. De verkeerde kant van de Koninklijke neus moest er maar eens op staan.
“Daar ga je nog even op moeten wachten. Het was 1 april weet je.”
“Hmm.” Zei ik. “Dat was het inderdaad.” 
Hoewel ik de link niet zag.






Persbericht: binnen.

Hasseltse Woordkunstenaar Jee Kast krijgt titel.

De Hasseltse Joost Stockx die in Brussel woonachtig is, is op klokslag twee uur op het Koninklijk Paleis tot Ridder geslagen. Zowel de man als Jee Kast, zijn kunstenaar’s alter ego, is even woordeloos. Wetenschappers, sportvedetten en muzikanten vielen al eerder die eer toe. Nu worden dus ook woordartiesten voor hun verdiensten beloond. 

“Ik kan er nog steeds niet van over. De titel is wat overdonderend. Ik was dat moment ook vooral verbaasd dat het Hof zo op de hoogte was van mijn repertoire. Zowel “Wat als Limburg aan zee lag” en “Zeep 2.0” werden vermeld. Beide maatschappelijk getinte miniperformances over de opwarming van de aarde en ecologie gaan.” 

Of de tekst “Het Vlaanderen dat me lief is”. Deze tekst, die in opdracht was geschreven voor Toerisme Vlaanderen, werd laatste in het Africamuseum gebracht en wordt weldra ook via multimedia aan het grote publiek voorgesteld. Het gedicht toont vooral oprechte trots op wat we als Vlaanderen in aanbod hebben, dat op een opvallende manier zonder een fanatieke inslag. Misschien is het wel interessant om het te verweven met een franse versie, aldus het Paleis. 
“Niet enkel wisten ze dat, ook dat ik me No Hate speech Ambassadeur mag noemen nadat ik een Erasmus+ opleiding volgde. Een erkenning zoals deze is mooi,” vervolgt Jee Kast. “Het is ook vooral een uitdaging. Een nieuw begin om die titel waar te maken. Nee, ik ben nog niet “binnen”, nu begint het echte werk pas. Ik sta buiten en de zon schijnt.” 

Het verhaal, de belevenis:

I.
16u53, 1 april

Vanaf nu moogt ge mij dus “Sir Jee Kast” noemen.

Het moeilijkste was na de uitnodiging in de bus mijn mond te houden. Een beetje vreemd en ongelukkig dat het op één april is natuurlijk. Mijn ouders mochten niets weten, mijn vriendin wist het bijna… Ondanks de frisse lentedag, was het nog nooit zo warm geweest onder mijn muts. Of het uur wel juist stond en hoe ik dat moest controleren? Kom je te vroeg en hoeveel te vroeg en hoe moet dat dan als je om de hoek woont en kunstenaar bent. Of ik wel die muts aan zou houden? Ja, en ik heb nog maar eens een kostuum aangedaan. 
De tred vanmiddag was zeker en twijfelachtig tegelijkertijd. Misschien dat het alsnog een aprilgrap was, zei een stemmetje in mijn hoofd. Misschien is het echt. Geloof in jezelf, zei een ander stemmetje. Met hoeveel zijn jullie, vroeg een stem.

Op audiëntie gaan is vooral wachten, vlekjes ontdekken op je schoenen. Schoenen die op een tapijt staan dat om half zes ‘s ochtends heftig met de stofzuiger was aangevallen. In een Koninklijk Paleis staan, onwennig, het wat stijfjes aan je mouw trekken en proberen stil te staan. Lusters en bladgoud. Poehaa en tijd die tergend traag gaat. Naar de andere mensen kijken die je vaag ergens van kent, want je leest te weinig de krant en je niet durven voorstellen. Kikkers in je keel wegslikken die prinsessen hadden kunnen zijn. En richtlijnen krijgen door de Koninklijke woordvoerder. Zoals wachten tot de koning u aanspreekt en aanspreektitels die niet echt druk verlagend werken. Ik heb alles al gezegd, denk ik. En zo voelt koninklijke stilte. Ik kijk naar Jan Fabre’s plafond, er is te weinig tijd om naar een duivelshoef te zoeken. Ik word steeds afgeleid door mensen die ook heel hard niet proberen te bewegen. Want zoals Toon Hermans zei, in de high society, bewegen ze anders.

Vervolgens is het wachten op de Koning. Hij verschijnt, punctueel. Het wachten is vooral een uurschema dat opgedrongen is door protocol, veiligheid en briefing. Hij is er, met een entourage, een andere woordvoerder, veiligheidsagenten en mensen die professioneel niet kunnen bewegen en toch vooruitkomen.
Mijn eerste gedachte was, waar is Mathilde? Zonde. Ik had nog wel een ad random een liefdevol gedicht willen brengen. Ik durf niets vragen. Koninklijk terugknikken als hij in samengeknepen wat vaaglijk fransklinkend Nederlands het woord voert. Eerst in het algemeen, dan bij elke persoon afzonderlijk, erg genoeg onthou ik geen naam. Er zit geen andere schrijver of woordkunstenaar tussen. Elk in een andere discipline. Ik gloei als na jenever op een oktoberdag. “Het Vlaanderen dat me lief is” wordt vermeld. Een tekst die ik enkele weken geleden voorstelde in het Africamuseum op een netwerkmoment van Toerisme Vlaanderen.
Ik schud mensen de hand, Sven Gatz herken ik. Hij geeft me een bemoedigde knipoog. Of hij wil achteraf wat in de garderobe foemelen, dat kan ook. Dat weet je nooit bij politici. Ik sta wat te trillen op mijn benen en neem een glaasje bubbels. Een glas valt. Ik ben het niet geweest, vraag me af wat de prijs van kristal is tegenwoordig, ik heb zin in bier. Nog even wachten.

Nablikkend zit ik aan de koffie, Inger komt zo aan, het wordt een feestje bij Rufus Wainright. Ik ben opgetogen, tijd om wat mensen te bellen. Ik kijk kritisch naar mezelf en naar dit event, zonder dat het er echt één was, naar mijn naam, zonder dat die echt veranderd is. 
Niet dat ik een gegeven paard in de mond wil kijken, maar er zijn zoveel andere schrijvers of woordkunstenaars die die eer toe mogen vallen. Ik kan alleen danken voor de eer en het geloof in mij als persoon, als artiest.

Even in de kantlijn. Bij prijzen en titels, zijn er alleen maar teleurstellingen. Voor degenen die net niet zo snel zijn, hoog genoeg kunnen springen, vlot ter tale zijn … als de spreekwoordelijke winnaar. Ook voor de winnaars of titelverdedigers valt het niet altijd mee. Ik had gehoopt dat ik door een zwaard op de schouder getikt zou worden. Zoals in het sprookje, of de film. Niettemin, nu begint het. Nu moet het worden waargemaakt. Maar eerst tijd voor een feestje.

Het vervolg? Lees je hier.