Category Archives: schrijfsel

zondagochtend … (Playboy saga E014)

In het kader van dingen die ik nog nooit gedaan had…
zat ik bij een vriendin op de zetel, we hadden de nacht doorgetrokken. We waren doodop en onze lichamen waren halvelings in elkaar gevlochten. Slapen behoorde nog niet tot de agendapunten. Nog niet.
Haar hand op mijn schouder, haar arm, achterop mijn schouderblad, zodat ik moeilijk naar achter kon leunen.

Haar zetel was klein. Hij stonk naar zweet en omgevallen bier. Eigenlijk zaten we niet op haar zetel, maar op de mijne. Als er niks verzonnen inzit, is het verhaal geen fictie. Ahum. Van schrijverstechnieken gesproken. Ze leunde achterover en lag met haar benen over mijn schoot en ik streelde haar kuiten waar geen bijbedoeling bij was. Mijn lichaam voelde zich meer op zijn gemak als ik iets kon bewegen.
De benen wat stoppelig, in vorm en crèmig, wat ze een zachtheid gaf die mannen alleen kennen van vrouwenbenen. Soms vraag ik me af hoe ik er in slaag zulke dames in mijn rommelig duivenkot te nodigen. Dit is paradijs. Meer moet er niet zijn.

“Wat is dat nou met die acht playboys.” Een vraag die al de hele nacht op haar lippen lag. Bij het bestellen van het eten, werd hij verdrongen door vragen over de heek, mooie meid, een kabeljauwachtige vis van zeven, acht kilo die als voorgerecht werd geserveerd. De vraag nipte mee aan de uitgelezen wijntjes, verschool zich in haar schateren en werd weggewimpeld als ze even met haar hand achter haar oorlel wreef. We praatten, zij proestte.
Ze likte het vraagteken van haar lippen na het leegzuigen van de oester. Het werd naar binnen geschrokt bij het ree. Het lag op het puntje van haar tong bij de chocomousse, smeltend op haar tong. Ze was geduldig, zij was een jager.

Nu het moment aangebroken was, aarzelde ik. Niet dat ik het haar niet gunde om dit te delen.
Ik keek naar haar been, mijn hand zinderde net boven de huid af en toe een vroegtijdse stoppel raken.
“Ja, ik moet ze nog eens scheren.”
“Dat bedoelde ik niet,” wou ik zeggen. “Ik voel gewoon.” zei ik.

Ik slikte wat weg.
Er brandde een verlangen om te delen waarom er die acht playboys nodig voor waren, maar of dit het moment was.
“Het begon met een idee. Het is de bedoeling er wat mee te doen. Maar het wordt kort dag.”
Ze luisterde, keek me met herteogen aan.

“In een krantenwinkel staan en acht dezelfde playboys willen hebben is ongelooflijk spannend. Ik zou het willen uitschreeuwen telkens als ik in de stad ben. ‘Dames, ik raad het u allemaal aan om uw man erop uit te sturen. Hij hoeft ze zelfs niet te kopen.’ Je geeft hem het idee. De spanning, schroom of sexuele geladenheid, sociale druk, de verboden vrucht, of hoe je het ook noemt, doet wel de rest. Dat hij naar acht magazines vraagt en als er maar twee zijn, laat hij dan zich excuseren en zeggen dat hij echt minimum acht dezelfde blootmagazines nodig heeft, voor een project. Of misschien moet elk koppel het een keer samen doen, …”

“Dus je doet het voor de spanning?”
“Nee. Die is er wel, maar daar doe ik het niet voor.” De eerste zon gleed binnen en deed een zwijgzame intrede. Alexandra probeerde me aan te kijken, de zon priemde in haar ogen en ze besloot zich te herzetten. Ze draaide zich om en haakte haar lichaam onder mijn arm. De ochtendstilte lag als dauw in een wei in de kamer. Op de achtergrond kabbelde een licht muziekje. Alexandra vleide haar hoofd tegen mijn schouder.

“Ergens voel ik me wel schuldig. Dat ik dagelijks schaamteloos een verhaaltje opdis over minimum acht playboys. Net zozeer had ik een reeksje kunnen maken over een vluchteling die elke dag aanbelde om samen met mij ‘s ochtends een sneetje brood te eten. Of ik zou kunnen schrijven over iets actueels dat zich afzet tegen de structurele vorming van het kwaad. Mensen die denken dat rechtse ideeën de uitweg zijn in een uit de voegen gebarsten sociale maatschappij waar iedereen oplossingen voor zoekt. En waar we de mist in gaan. Kan ik dat wel vraag ik me af, ik ben geen Jeroen Olyslaegers. De ambitie is er wel, ooit. Toch is er ook waarde in dit. Hebben we alleen manifesten nodig om de wereld te begrijpen of liggen er ook antwoorden in de kleine menselijk eigenaardigheden die net stereotypen of angst in het algemeen voeden?”

Het plaatje was afgelopen.
We draaiden het niet meer om. Het was te vroeg of vreselijk te laat. We zwegen en wat later vielen we in slaap. Toen ik wakker werd, met pijn in mijn zij en nek van het verkeerd liggen in de zetel, was ze weg.

Jee Kast
— —
Meer lezen? Check mijn FB-profiel
— —
Epiloog:

– Mag ik je als een kabeljauw complimenteren?
– Huh.
– Jij bent een heek zoals geen ander.
Ze straalde, maar dat wist ze al.

Verrukkelukke vrouwen.

“Nee. Ik zie me genoodzaakt terug te trekken als financier van dit project.”
De man frunnikte even aan zijn manchetknopen zonder zijn blik erdoor te laten afleiden, hij keek Annie nog steeds recht in het gezicht aan. “Het is zelfmoord.” besloot hij het gesprek.

Annie trok haar neus op.
Ze twijfelde of ze gevolg moest geven aan dit gesprek. Weer een man die laatdunkend over het project, over haar slaagkansen of over haar als vrouw deed. Ze had dit gesprek al verschillende keren gevoerd. Ook de gesprekken na dat het gesprek afgesloten was. Ergens wist ze dat hem proberen te overtuigen geen zin had. Mannen die haar de toekomst beloofden als ze van het project hoorden, maar als puntje bij paaltje kwam, waren de risico’s te groot of was het gekkenwerk of kwamen ze met zogenaamde emotionele argumenten. Niet voor haar, maar voor hun naam; mocht Annie het niet overleven. Hoe konden een firma met goed naam nu zo een vermeende zelfmoordpoging financieren? Dat was de grootste bezorgdheid. Want zo zagen ze het allemaal. Hun goede naam zou besmeurd worden en dat zou toch wel meer nefaste gevolgen kunnen hebben dan ze zich zouden kunnen voorstellen. Los van haar dood, uiteraard.

“Ja, het is nu niet echt met de fiets een brood halen bij de bakker.”
Lansky keek haar aan. Vrouwen op een fiets, dacht hij, ook dat nog. Hij depte zijn voorhoofd met een zakdoek. Los van zijn oordeel rond die materie besloot hij het zakelijk te houden en het af te ronden. Hij schraapte de keel.
“Mrs. Taylor. Mocht u nog andere ideeën hebben, we zien u graag terug.”
De bankier stond op, tikte aan zijn bowler bij wijze van afscheidsgroet en verdween door de cafédeur.

“Robin?” Ze wees naar haar pint-glas.
“Een ander zwartbier?” Annie knikte. Ze legde haar laatste geld op tafel voor deze silversmith brew. Zij was iemand met visie, sprak ze tegen haar zelf, waarom deelde niemand die? Ja, ze had zich de laatste jaar kunnen behelpen met zanglessen en danslessen geven en het was te laat om het te maken. Ze was haast 63. Hoe dan ook, een vrouw die vanbinnen borrelde van ideeën en haast geen cent had. Nog drie weken en haar beurs was leeg. Platzak, klaploper.

Ze zuchtte.
Een efemere uforie. Altijd als ze dacht, nu haal ik hem binnen, was er wel een of andere partner of raad die een stok in de wielen kwam steken. Misschien moest ze wat anders verzinnen. Nee, dit zou haar bekend maken, haar lezingen bezorgen over haar roemrijke prestatie, niemand had haar dit voorgedaan.

“Mrs. Taylor?”
Een jonge man, ruitjespak, tot op de enkels verzorgd en een fris krulsnorretje dat een beleefde glimlach verborg, met een twinkeling van genoegen in zijn ogen. “Ik vernam dat u hier zat.”
“Mooi pak.”
“Het gaat om de afwerking.” zei hij zonder enige vorm van arrogantie.
“Wat zei de bank?”

Annie haalde haar wenkbrauwen op. Hoe wist hij…
“Ze hebben geweigerd.” flapte ze er uit voor ze er erg in had.
“Seth.” Hij stak een hand uit die Annie aarzelend aannam.
“Annie, mrs. Taylor.”
“Mrs. Taylor. Leg het mij een keer uit? Ik ken het verhaal enkel uit tweede hand.”

Annie nam een slok zwartbier en deed haar plan nog een keer uit de doeken.
“Er zijn al wat dodelijke ongevallen geweest in mensen die de kolken onderaan de watervallen probeerden te trotseren, maar niemand die al gepoogd heeft wat jij wil doen.”
“Het is moeilijk goed voorbereid te zijn, maar een goede voorbereiding is het halve werk.” Haar innerlijke schoolmeesteres glimlachte naar haar innerlijke avonturierster. “Zodra de ton er is, kunnen we een test doen.”
“Een test met een lege ton?”
“Nee, Iagara doet de test.”
“Iagara?”
“Mijn kat, we testen de ton van een bepaald punt en kijken hoe diep ze gaat, of de ton heel blijft, de duigen het houden, de druk aan kan die dingen,… als alles goed en wel gaat doe ik het enkele dagen erna over.”
Seth knikte. Hij besefte ook, moest de ton het geven dat dat meteen het einde van het verhaal was.
“Hoe hoog is de Niagara weer?”
“de Horseshoe Falls slechts 53 meter. De bedding waar de rivier weer in landt is diep genoeg.”
“Laat de ton maar maken. Ik zal het financieren.”

— — —
Annie E. Taylor Barrel woman Niagara Falls
Op haar 63ste verjaardag, 24 october 1901, ging Annie E. Taylor als eerste met een gesloten ton de Niagarawatervallen af, enkele uren nadat haar kat in een testrit haar voor was geweest. Zodra de ton afgesloten werd, werd er met een handpomp lucht in geblazen opdat er genoeg zuurstof zou zijn.
Deze waaghalserij van een voormalige schoolmeesteres was een poging haar een pensioen te garanderen. Door het verhaal te verkopen en lezingen te geven. De helse waterrit duurde bijna een twintigtal minuten.

Zowel de kat als zij hadden achteraf een hoofdwonde.
Een kwestie van je testobject niet serieus genoeg te nemen.
De gehoopte roem en het fortuin bleven echter uit. Annie Edson Taylor was een naam die vergeten werd.
Eat that Steve-o.

— — —

Water aan m’n hoofd.

Nederland viert ‘Week van het water en zo meteen trek ik richting ‘s Hertogenbosch om enkele dichteressen en taalgoochelaars te vervoegen. Dit stukje heb ik geschreven in het kader van het project “vaartocht de Dommel, van Peer tot Den Bosch”

Als water taal was, zou het de bevolking binnensijpelen,
zou het overal binnendringen en de basis verrijken
zouden we in druppels of stromen
spreken, niet hoeven komen op woorden.

Als water taal was,
zouden we drijven op connectie
of zouden we onderdompelen
Zouden woorden slip zijn
onverstaanbaar mompelen?

Als watertaal taalwater was,
zou het zo proper zijn als de zuiverheid van woorden,
Of zou het wat vervuild kabbelen,
zoals de mens steeds die hang heeft
naar roddelen en babbelen?

Als taalwater watertaal was,
wervelde nu de Dommel in spiraalkolken
om ons hoofd. Letten we dan meer
op onze woorden,
maar verwaterloosd
was het ook.

— — —
De vaartocht is een samenwerking tussen VestingFietsen, ‘s Hertogenbosch en DichtSlamRap. Met Martje Wijers, Loren Brouwers & Kaat van Eijndhoven.
www.vaartochtdedommel.nl

Puber, fruit en cursiefje

Ik moet een hoofd als een banaan hebben gehad. Mals, rijpig fruit in een te kleine schil. Eén duwtje en aan de andere kant kwam pus uit. Maar ik stond er wel. Op die plek achter dat muurtje kijkend naar alle meisjes die de speelplaats opliepen. Wachtend op die ene.

Dat ene meisje waarvoor mijn punten verwaterden. Die geconcentreerde blik die ze had in de schoolbank, links achter, en die lach als ik haar afleidde. Die terug weggleed in een moeras van broeierige concentratie.

Hier stond ik dan te wachten, want het kon niet in de klas, het kon niet op de speelplaats. Het kon enkel hier, deze passage, voor het echt school was, waar prille individuën nog kwikdruppels waren voor ze opgezogen werden door de kliekjes, de kwikmassa. De temperatuur steeg toen ik haar vroeg.

Haar hoofd als een kers, haar ogen, donker, glimmend als Reine Victoria. Is dit nu de eerste van het mannelijk soort verdwaald in mijn gaard? Vroeg ze zich af. En ik zou die fruitallegorie verder kunnen dragen, maar elke puber zou er zo over zijn nek van gaan.

Of, tja…, enne, … het leek wel leuk dat, en woorden kwamen niet zo goed. Alsof het een eerste les was in een vreemde taal, een wiskunde-oefening aan een bord waar ik wat diende te bewijzen en ik geen boek had opengeslagen. Ik sloeg wartaal uit en haar “dat moet ik aan mijn ouders vragen”-antwoord was een fruitslag in mijn gezicht. (Sorry pubers.) Ik wou nu een antwoord en die film in dat zaaltje van de school, daar moest ik ook een week opwachten.

En die avond de week erna, die eerste film voor een groot scherm (Look who’s talking) en die eerste hand, echt deze keer, niet de lagere schoolvariant, die eerste blikken, zonder zoenen, want we zaten op een nonnenschool en dat kijken en haar warme vingers en mijn zweet, want meisjeshanden zweetten toen nog niet in mijn wereld en dat zenuwachtig lachen, twee seconden na de grap als zij ook gelachen had en die 36 keer ‘en’ gebruiken in één zin, dat was teveel informatie om te verwerken. Link dat maar eens aan fruit.

We hebben nooit gezoend.
Daar kwamen pratende baby’s van, dachten we toen. Echte vrienden zijn we zelfs nooit geworden. Ik was maar een vreemde, vaak warrige jongen met af en toe een helder moment en leuke grapjes. Ze was voorzichtig. Haar ouders hadden klasse en standing en dat leek wel een virus of ziekte, waardoor je niet gewoon met mensen om kon gaan. Het mocht wat bedeesder en vanop afstand en ze waardeerde me wel. Ergens. Alsof ik een sikh was die goed werk leverde, ofzo.

Mijn hoofd, de eerste deuk, een appel die viel.
De eerste tienercrush voorbij.

Jee Kast