werkje

Kate e01-e02

0 Comments 25 December 2011

Het vervolg staat in eerder geposte blog (kwestie van de chronologie vh lezen niet te verstoren voor nieuwe bezoekers…)
Deel3 v 4: Kate e03
Deel4 v 4: kate e04 hier


Kate deel 1 &2

***
“Wil je nog een cola?”
”Nee, ik heb genoeg voor vandaag.”

***

Deze stad bevat het uitschot van de wereld.
Voel het leven, de dynamiek. Er dwarrelt een ongenoegen door de straten, langs de stoepranden, over de nokken van de daken. Liefde is een oproep op een afbrokkelende muur geworden, een halfverdwenen krabbel. Respect is op een krant naast de deur gelegd die met het oud papier verdwenen is. Mensen willen feesten. Mensen willen vergeten. Vergeten dat ze werken en ze werken om … om te kunnen feesten om te vergeten dat ze werken. In die stoepgootjes waar ontevredenheid langs dwarrelt, ligt iets wat ooit op mensen geleken heeft. Jong of oud, uitgespuwd door of bewust weggelopen van. De aangespoelde zooi en het schuim van de mensenzee, het wrakhout dat op een godverlaten strand achterblijft als de zee wegebt.
“We moeten die mensen helpen,” dacht Johnson wel eens. Johnson was junior CEO van Mildred International. Nu probeerde hij er niet aan te denken. Het was zaterdagavond. Het centrum was synthetisch gekleurd. Iedereen liep er opgekleed bij.Toch vielen de strandjutters en de ellende Johnson ook op. Je zag het langs de weg, wrakstukken die aan de oppervlakte verschenen in een kolkende zee. Het was een domper op de feestvreugde. Johnson was met drie dames op stap. Een ervan aan zijn arm. De twee anderen tikten op hakken achter hun aan. Kate, Leonie en Isabelle. Met oorbellen waar menig zwerver een feestmaal voor zou kunnen krijgen, voor de rest van de maand. Met rokken, kort, even beperkt als hun vrijgevigheid. Hun ringen maakten van hun handen de handen van een sultan. Wenkbrauwen zo verfijnd dat een mierenneuker er niks meer aan vond. Johnson was een evenbeeld van Danny Kaye. Een jonge, slanke god met rosse krullen met een intelligent en verzorgd voorkomen. Op bepaalde momenten kwam hij zo zelfzeker over dat het leek, alsof hij elk moment kon beginnen zingen. Een blik die zowel vastberadenheid, als leergierigheid liet zien, zonder dat hij arrogant overkwam. Het was een weloverwogen mix die er voor zorgde dat wat hij ook zei of deed, hij steeds sympathiek overkwam. De dame aan zijn arm, Kate, was zonder meer de mooiste van de drie. Zoals het cliché wil, niet bijster intelligent, maar wel handig. Sociaal, vlot en ergens kon ze goed inschatten wat mensen wilden.
“Niet zo piekeren, schat” zei ze en ze kneep in Johnson’s arm. Ze wreef even over zijn mouw en keek hem aan.
“Carpe diem, honey.” Een zoete glimlach en een stoute knipoog volgde. De twee meiden achteraan schaterden. Tiktak-tiktak deden hun hakken. Johnson keek even om. Leonie en Isabelle lachten met zelfgemaakte grappen, vast over de mensen die hen voorbij liepen. Ze konden best gemeen zijn.
“Waar gaan we naar toe?” vroeg Kate. Johnson haalde zijn schouders op.
“Jij weet vast wel wat.” Hij glimlachte uitdagend. Kate knikte en trok aan zijn arm. Kate stuurde het schip richting zuid. Ze hadden bekijks, maar Kate en Johnson letten er niet echt op. De mensen die voorbij liepen, hadden vast ook wel een gedacht over het viertal, dacht Johnson. Ze dachten vast; wat een slungel, of hoe komt die weer aan die grieten. Johnson zag hoe Kate genoot van de jaloerse blikken van dames, de warme blikken van heren en de uitdagende blikken van jonkies. Johnson’s blik surfte langs alles heen. Hij keek naar de mensen die passeerden, de gebouwen, de etalages en de schaduwlabyrinten in de steegjes.
“Wacht even.”
Leonie was ergens ingetrapt. Of ze vroeg om aandacht, dat mocht ook. Ze wankelde even op de stoeprand, sukkelde met haar zool tegen het randje. Zwervers keken toe, aasgieren die hoopten op een aalmoes. Schuim dat wachtte op het strand tot de zee hun weer meesleurde, de diepte in. Of was het andersom?
In portieken hielden handen zich klaar. Een kans op een prooi. Johnson lette niet op. Hij staarde naar de auto’s die passeerden en hoorde amper wat Kate zei. Kate kneep een tweede keer in zijn arm, nu wat harder dan eerst.
“Johnson?” Johnson keek op. “We moeten gaan,” fluisterde ze zacht. Nu voelde hij het ook. Hoe vanuit de portieken meerdere ogen naar hem keken. Hij voelde hoe het groepje met dames aandacht zoog. Kwetsbaar als een gevallen gazelle. De rest van de kudde liet hun groepje links liggen. De coyotes kwamen dichterbij. Passanten die onderweg waren naar de volgende kroeg letten al lang niet meer op Kate’s groepje. Ogen uit de duisternis. Johnson wreef de denkbeeldige zweetdruppels van zijn voorhoofd.
“ Kate, “ zei hij. “We moeten hier… we moeten gaan.”
“Leonie?”
Leonie stond nog steeds te sukkelen met haar schoen. De moedigste der jakhalsen schoot naar voren, ogen die elke beweging opnamen. Zijn hand schoot naar voren.
“M’nheer, u heeft vast wel een kleinigheidje.” Johnson wou wat zeggen, maar hij was gefascineerd door de groene ogen die hem schichtig aankeken. Er roerde iets in het duister. Er bewogen schimmen. De roede begon zich te vormen. “Leonie.” Probeerde Kate, maar haar stemvolume stond op nul.

***

Johnson ademde enkele keren diep in en uit.
Ze waren er weggeraakt en stonden nu binnen. Midden in een trendy café. Kate keek bezorgd naar Johnson.
“Hey, gaat het? Wat wil jij drinken?”
“Iets straf. Een vodka.” Hij sloeg zijn ogen neer. “zonder martini, ik ben maar een halve Bond, weet je.”
“Hey.” Kate sloeg haar arm om hem heen. “We zijn er weggeraakt.”
“Hmm.” Johnson nam even de situatie op. Kate’s jasje was gescheurd. Isabelle’s haar zat in de war en Leonie was haar schoen verloren.
“Dit had nooit mogen gebeuren. Dit kan niet meer gebeuren. Nu toch niet. In onze samenleving?” Een mix van woede en teleurstelling kwam naar boven. Johnson had de held willen zijn, maar dit was duidelijk niet aan hem besteed.
“Hoe kun je zo kalm blijven?” vroeg hij aan kate, zijn handen trilden oncontroleerbaar. Hij wist zichzelf ook geen houding te geven.
“Vanbinnen beef ik ook helemaal,” Kate nam Johnson’s hand en legde die op haar boezem. Normaal had het hem wat gedaan, maar nu stond zijn hoofd er niet naar. Ze wreef door zijn haar en legde haar wang even tegen de zijne. Haar lippen bewogen zachtjes, legden woorden te slapen in zijn oor.
“Hey, laat me nu niet in de steek. Ik heb nodig dat je sterk bent. Bond of niet.”
Johnson probeerde te glimlachen en knikte. Kate liet hem los en zag hoe hij tegen de tranen vocht. Je hebt gelijk, dacht hij. Hij keek naar de twee andere dames. Leonie en Isabel, zaten wat desolaat en verwilderd tegenover hem. Kate volgde zijn blik.
“Ga jij anders even drankjes halen, dan praat ik met de meiden.” Johnson knikte en vermande zich. Hij nam de bestelling op en liep naar de toog. Hier was hij nog nooit geweest. De mannen aan de toog drumden bijeen. Voor bier, dacht hij eerst, maar zodra hij aan de toog stond, begreep hij het. Ze keken naar één ding. De barmeid. Dit was zowat de snelste barmeid die Johnson gezien had, èn die meid mocht er zijn. Johnson zag haar handen voorbij schieten, keek naar haar heupen als ze een fles op de bovenste schap nam, de weloverwogen passen om iets uit de linkse, rechtse of onderste koelkast te halen. Hij zag de vegen op haar schort die schematisch een choreografie van haar bewegingen weergaf. Niet dat de andere mannen daar naar keken, die keken alleen naar haar gevulde tanktop. Ze stopte voor Johnson. Johnson knipperde met zijn ogen. Heel het café baadde even in slowmotion. Show gedaan.
“Voor u, mijnheer?” Het doek viel, applaus. Ze glimlachte. Ze wist blijkbaar wat voor effect ze had als er een toog tussen haar en de mannen stond.
“Twee rode wijn, een vodka en een mochito,” kwam eruit. Hij moest er wanhopig en gehavend uitzien. Johnson klemde zich vast aan de toog. De wereld leek even hem uit het café te willen schudden. Overmand door emoties. Hij wankelde. Focus, dacht Johnson.
“Ijs?” Hij staarde haar even niet begrijpend aan.
“De eerste niet.” Een zelfzeker lachje trotseerde even zijn gelatenheid. De barmeid beloonde met een knipoog.
“Komt eraan.” Ze snelde weg. Daar stond hij dan, net als al de andere kerels aan de toog. Hij keek hoe de barmeid eerst nog de vorige bestelling maakte. Ze rekende af, begon Johnson’s bestelling, terwijl ze gelijkertijd een andere opnam. Tussendoor schoof ze nog snel een vodka zonder ijs op hem af. Een ankerpunt in zijn storm. Hij sloeg het achterover. Vlak erna werden de drankjes voor zijn neus gezet. Hij betaalde en wurmde zich zeeziek van emoties door het manvolk dat haast dwangmatig dicht bij de toog wilde staan. De dames keken op. Leonie en Isabelle lachten mat. Johnson zette zich naast Kate. Een zwerver dook op naast het raam van het café. Hoewel de zwartgetinte caféruit alleen de mogelijkheid gaf om naar buiten te kijken, kromp Johnson in elkaar. Een halve vodka werd binnengekapt. Hij verontschuldigde zich, toastte met de dames en wierp de rest naar binnen. Kate streelde zijn nek, suste hem zonder woorden te gebruiken en keek hem liefdevol aan. Johnson stond weer recht.
“Nog iemand iets te drinken?” Vrolijk klonk het niet echt, maar het was een poging waard. Hij grinnikte, Kate schudde het hoofd en Johnson verdween weer richting toog zonder op de andere meiden te letten. Het werd niet laat die nacht. De sfeer zat er niet in. Een uurtje later hield Kate een taxi tegen waar ze de meiden induwden en maande de chauffeur even te wachten. Ze riep een tweede taxi voor Johnson. Hij hield zich staande aan het portier en keek hoe Kate weer naar de eerste taxi liep. Bezorgd keek ze nog even op.
“Je gaat toch naar huis!?” Johnson haalde zijn schouders op, maar knikte gedwee toen hij zag hoe ze keek. Hij stapte in de tweede taxi.

***

Wat doe ik hier, vroeg Johnson aan niemand in het bijzonder. Er zaten mensen op de trappen, vuile handen, hier en daar lag een bierblikje. Groezelige vingers bedelden voor een saf.
“Sorry, ik rook niet” Een schatterlach vol rotte tanden. De kerel draaide zich om en zette zich bij de rest op de trap. Een hoopje zwervers zat bij elkaar. Een kerel met een capuchon over zijn gezicht speelde met Leonie’s schoen. Groene ogen flikkerden even vanonder de kap vandaan. “Die kerel,” dacht Johnson. Plots zag Johnson een been. Een been te mooi om bij die zwervers te passen. Het been zou van Kate kunnen zijn. Johnson stond op, liep er naartoe, maar leek niet dichterbij te komen. Hij schreeuwde. Ledematen belemmerden hem. Vuile handen klauwden naar zijn gezicht, probeerden zijn blik af te wenden. Kijk niet, zeiden ze, Kijk niet, maar hij wou kijken.“Kate,” schreeuwde hij.

Hij schoot recht en de schreeuw bleef even hangen. De kamer was leeg. Een droom, realiseerde hij. Een stomme droom. Zijn hoofd plofte neer op het kussen. Even probeerde hij nog de logica uit de droom te vissen, maar hoe meer hij over de droom nadacht, hoe meer die hem ontglipte. Johnson draaide op zijn zij. Het was 3u45 en voor hij er erg in had, omarmde dromenland hem weer.

***

Zondagochtend, 11u. Er bestaat een verschil tussen een ontbijt van 6 euro en en ontbijt van 35 euro. Johnson at het laatste en liet het hem smaken. Fris en monter. De wansmaak van de nachtmerries weggewassen, gladgeschoren en klaar om zijn zacht gekookt eitje te verorberen. “We moeten die mensen helpen,” dacht hij nogmaals. “Maar hoe?”
De penthouse waar hij in zat, gaf uit op de stad. Mary, de meid, schonk hem wat koffie bij. De stad beneden ontwaakte. Een luie zondagmiddag, het voorval was onder het perzisch tapijt geschoven. Een grijsbauwe lucht, Johnson staarde even naar buiten, knoopte zijn vest dicht en las de krant. De late namiddag, de ontbijttafel stond er nog, maar Mary werd geëxcuseerd voor de rest van de dag. Johnson verhuisde naar de zetel. Na wat stukken van films te hebben bekeken, belde hij Kate.
“Gaan we wat wandelen in het park?” Niet veel later, nam hij zijn jas. De lift suisde naar beneden. De wereld stond open.

***

Kate was directieassistente van een zakenrelatie van Johnson. Een of andere hoge ome waar Johnson regelmatig voor bemiddelde. Als junior CEO van Mildred International had Johnson al heel wat bereikt. Hij had belangrijke klanten weten aan te reiken, maar nu was het tijd om ook met een persoonlijk project uit te pakken. Het bleef aan Johnson knagen; wat kon hij aan de zwervers doen? Sommigen hadden bewust ervoor gekozen om zo te leven. Er zaten natuurlijk mensen bij met onnoemelijk veel tegenslag. Of mensen die gokverslavingen hadden met een nine-to-five, maar op het einde van de maand geen geld meer hadden om te eten. Er zaten drugsverslaafden bij, of mensen die niet meer bij het OCMW terecht konden. Er waren mensen bij die de wereld verleerd hadden. “Kijk door de ogen van je doelgroep,” benadrukte zijn docent Marketing altijd, maar dit was een puzzel. Je had rijke en arme mensen, de stukjes pasten niet. Dagen liep Johnson rond met marketingboeken van Kotler in de hand. Hoe kan ik ze helpen, reisde als een horzel door zijn hoofd.

***

“Praat hij soms over … die ene avond?” vroeg Isabelle. Kate schudde haar hoofd. Ze stonden in de keuken. Het huis van Kate zag er heel wat anders uit als dat van Johnson. Kate had ook maar een bescheiden inkomen in vergelijking met Johnson.
“Ik heb hem zelfs niet meer gehoord. We zijn gaan wandelen de dag erna. Maar daarna heb ik niets meer gehoord.”
“De rotzak,” flapte Isabelle eruit.
“Ja. Nee,… als ik bel, neemt hij niet op, en als hij opneemt, dan heeft hij het druk. Hij is met een of ander groot project bezig. Het gaat de wereld veranderen, zegt hij.” Kate lachte schamper. “Alsof dit nog kan gebeuren…” Ze dronk een slok. en keek naar haar koffie alsof die iets interessant ging melden. Isabelle zag wel dat Kate verliefd was, maar wat moest ze zeggen? Dat alle mannen klootzakken waren?
“We hebben gezoend.”
“Kijk,” zei Isabelle, “nu wordt het interessant…”

Jee Kast 2011
Lees het vervolg hier : Kate e03
(laatste deel): kate e04 klik hier

Share your view

Post a comment

© 2012 Jee Kast. Powered by Wordpress.

Wordpress themes by WooThemes - Premium Wordpress Themes